Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/11.5.2
11.5.2 Sociaal grondrecht: deels afdwingbare instructienormen
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977135:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
P.W.C. Akkermans, Onderwijs als constitutioneel probleem, Alphen a/d Rijn: Samsom 1980, p. 48; vgl. B.P. Vermeulen, ’Vraagstukken rondom de vrijheid van onderwijs’, in: Van der Ploeg 2000, p. 282-283 en F.M.C. Vlemminx, ’Onze tandeloze sociale grondrechten in het licht van twintig jaar EVRM’, NJCM-Bulletin 2002, 28, p. 235-244.
Kamerstukken II 1973/74, 12944, nr. 2, p. 12 (Nota inzake het Grondwetsherzieningsbeleid); H.Ph.J.A.M. Hennekens, ’Het onderwijs: een aanhoudende zorg van Grondwet tot praktijk (I)’, Gemeentestem 1994, 6985, p. 178-179, J.H. de Graaf, ’Leerplicht en Recht op onderwijs’, Nijmegen: AA Libri 2000, p. 13 en Kortmann 2021, p. 152.
Kamerstukken II 1973/74, 12944, p. 12.
Advies Commissie-onderwijsstelsel 2011, p. 22.
HR 22 januari 1988, AB 1988, 96, NJ 1988, 891 (Maimonides). Het betrof de vordering van een vader tot toelating van zijn minderjarige zoon tot joodse school, die toelating heeft geweigerd met een beroep op haar toelatingsbeleid en haar statuten.
Naast het klassieke vrijheidsrecht (van staatsonthouding) omvat artikel 23 Gw een drietal sociale grondrechten die rechtsnormen vormen: (a) het verzekeren van de minimumkwaliteit van het onderwijs, (b) het garanderen van het openbaar onderwijs en (c) het bekostigen van bijzonder onderwijs op voet van gelijkheid met het openbaar onderwijs.1 Deze grondrechten – deels in rechte afdwingbare instructienormen – zijn ‘een voorwerp van aanhoudende zorg van de regering’. Deze zorgplicht omvat uitvoerende stelseltaken van wetgeving en bestuur (positieve verplichtingen).2 Deze taken zijn niet minder van betekenis dan de in rechte afdwingbare klassieke grondrechten die in de vorm van waarborgnormen de geestelijke en fysieke vrijheid vastleggen.3Artikel 23 Gw als sociaal grondrecht verplicht de overheid dan ook tot een actief optreden in onderwijsregeling en -bestuur.
De vrijheid van onderwijs behoort dus tot de individuele en collectieve grondrechten.4 Deze kennen een horizontale werking tussen burgers, hetgeen bijvoorbeeld tot uitdrukking komt in het Maimonides arrest, waarin sprake is van een botsing van het droit d'enseigner (onderwijsverstrekking) met het droit d'apprendre (ouderrecht).5 Het arrest bepaalt, dat het ouderrecht is in te roepen tegenover de overheid, maar niet onverkort tegenover een rechtspersoon voor bijzonder onderwijs(schoolbestuur).