Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/7.8
7.8 Wvo-leerboeken staatsinrichting II 1968 -1990
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977090:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
G. Blankesteijn, Staatsinrichting voor m.a.v.o.-scholen, 5e druk, Zutphen: Thieme 1968.
Verbeterbaar zijn (Curs.W): de grondwet of constitutie (p. 5); organieke wetten werken bepalingen van de Grondwet uit (p. 6); het recht van amendement is het recht wijzigingen voor te stellen (p. 8); zakenkabinet heeft geen politieke richting (p. 11); burgemeester heeft in B & W een beslissende stem (p. 20).
A.C. Niemeyer & F.J. Schmit, Staatsinrichting voor de h.a.v.o.-top, Zutphen: Thieme 1968.
Ibid, p. 3.
H.M. Franssen & J.F. Schouwenaar-Franssen, Staatsinrichting van Nederland, Groningen: Wolters 1973.
B. van Wakeren, Wie deelt de lakens uit? Werkschrift staatsinrichting, Groningen: WoltersN 1969.
Ibid, p. 3.
Er zijn in de gemeente drie instanties in plaats van organen en functies, zie: 3e druk, p. 24.
Bartlema & Huizer, Nederland, een democratie. Staatsinrichting voor het Voortgezet onderwijs, Culemborg: Educaboek 1969.
Bartlema & Huizer, Burgers en besluitvorming. Leerboek voor de staatsinrichting en handleiding voor de staatsburgerlijke vorming bij het H.A.V.O./V.W.O., Culemborg: Stam 1970. De Grondwet is bijgevoegd.
Ibid., p. 5.
Ibid., p. 5.
Ibid., p. 7-8.
A. Algra & P.J. van Ginkel, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van Nederland, Groningen: WoltersN 1970.
A.H. de Haan, Staatsinrichting voor voortgezet onderwijs, Zeist: NIB, Zeist 1970, p. 4-5.
Ibid., p. 4-5.
Op de passage ‘Bij provincies en gemeenten is bij het bestuur scheiding van de staatsmachten’ moet worden afgedongen (4e druk, p. 21). Ook op ‘Een van de ministers heeft maar een klein departementje (sic. W) te besturen. Eigenlijk is dit geen volledig departement. Deze minister is minister zonder portefeuille’ (p. 25).
Vgl. p. 21, 25-27, 31 en 82.
C. de Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving, deel 1, 7e druk, Leiden: SK 1970. Tot in de jaren tachtig verschijnt deel 1, ook in gebruik bij recht II (publiekrecht meao), zie: J.J. Groot, De boekenlijst van het MEAO (vervolg), TEO 1982, 4, p. 107.
Ibid., III.
Ibid., IV; C. de Ru (1917-2004) is VOS-voorzitter van 1959-1965.
Ibid., IV.
De opmerkingen van De Ru stoelen op de circulaire van 24 januari 1970, waarin mogelijkheid is geboden staatsinrichting apart in het vak geschiedenis en staatsinrichting te geven. In VGN-correspondentie met de staatssecretaris deelt deze de overwegingen bevoegdheid geschiedenis en staatsinrichting te verlenen aan MO-Geschiedenisbezitters te stoelen op drie zaken: (a) de drs geschiedenis heeft de bevoegdheid verkregen bij O.W.V.O., (b) de uitbreiding past bij de ruimere regeling van bevoegdheden zoals in die wet bepaald en (c) niet-verlening zou geschiedenisleraren met een MO-akte op achterstand zetten ten opzichte van de ervaring in de vhmo-tijd bij gymnasium en mms (Brief van 27 augustus 1970 van de VGN en Kamerbrief van 20 oktober 1970-kenmerk AVO-436511).
H. de Ruyter, Kleio 1970, 8.
C. de Ru, ´Discussie rond staatsinrichting. Iets over de didaktiek van de staatsinrichting’, Kleio 1970, 10, p. 404-409.
C. de Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving, Leiden: SK 1973, p. III.
Ibid., p. IV.
Zie: D. van der Hoek, ‘Durf begrippen uit te diepen’, M & P 2014, 07, p. 18.
C. de Ru, ´De trias als didaktisch uitgangspunt´, Kleio 1974, 11, p. 871-873.
Ibid., p. 871.
Ibid., p. 872. Locke start vanuit concrete situaties bij de ontwikkeling van zijn staatstheorie- en; vgl. C.A.J.M. Kortmann, ’Delegatie: twee handen op één buik’, AA 2004, p. 513, noot 2.
Ibid., p. 873.
S. Bartlema & M. Huizer, Nederland, een democratie. Staatsinrichting voor het VO, 4e druk, Culemborg: Stam-Robijns 1972.
C. de Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving I, 9e druk, en 2, 7e druk, Leiden: SK 1976.
A.C. Niemeyer & Th.E.M. Wijte, Staatsinrichting, 6e herz. druk, Zutphen: Thieme 1976.
Ibid., p. 7-8.
Vermeld zijn: J.Th.J. van den Berg, Parlement en kiezer, Den Haag 1978; D.W.P. Ruiter, Gewest en territoriale decentralisatie, Alphen a/d Rijn: Samsom 1976; Europese Almanak 1977, Den Haag: Bureau EG; De Europese Conventie van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden; Wijte 1978.
Niemeyer & Wijte, p. 46-48.
Wijte 1978.
Ibid., p. 7.
Ibid., p. 7.
Zie: H.L. Bogaard, ´Recensie van Th.E.M. Wijte, De Europese Gemeenschappen, gisteren/vandaag/morgen´, Nederlands BLC 1980.
S. Bartlema & M. Huizer, Nederland, een democratie, Culemborg: Educaboek 1980.
Van de leerboeken (Bijlagen VId en VIe) in de Wvo-tijd volgt hierna een selectie:
Blankesteijn, Staatsinrichting voor m.a.v.o.-scholen.1
Bij het overheidsgezag zijn drie machten: ‘De drie machten bij het overheidsgezag’ is kennelijk gelijk aan de trias politica.2
Niemeyer & Schmit, Staatsinrichting voor de h.a.v.o.-top.3
Auteurs melden in het Woord vooraf de structuur en functie van staatsinstellingen aan het leerplan h.a.v.o.-experiment Rijks-hbs-en 1964 te ontlenen.4 De trias komt niet inzichtelijk en ronduit foutief aan de orde.
Franssen & Van Zwijndregt, Beknopt leerboek der staatsinrichting van Nederland, gevolgd in 1973 (25e druk) door Staatsinrichting van Nederland door H.M. Franssen en J.F. Schouwenaar-Franssen.5
Van Wakeren, Wie deelt de lakens uit? Werkschrift staatsinrichting.6
‘Er was te weinig tijd en staatsinrichting was een sluitpost in het geschiedenisboek’. Naast staatsinstellingen zijn ’enkele rechten en plichten van de burger’ vermeld. De formaliteit veroorzaakt ‘een hartgrondige hekel van leerlingen aan staatsinrichting, omdat de stof niet tot leven was gekomen’. Daarom geeft hij zijn eigen klasexperimenten uit met onderwerpen van uiteenlopend niveau in eigen tempo en naar aanleg te maken.7 De uitgave is vernieuwend.8
Bartlema & Huizer, Nederland, een democratie als opvolger van Nederland, een rechtsstaat I.9 Staatsinrichting voor het VO.
De uitgave opent met ‘Op die scholen waar staatsinrichting gegeven wordt door een afzonderlijk docent, is de behoefte aan een leerboek vanzelfsprekend. We hebben geput uit Nederland, een rechtsstaat (p. 5). Deze uitgave (71p.) bevat een Inleiding en zes hoofdstukken. De Inleiding bevat de machtenscheiding, zonder trias politica, als in Nederland, een rechtsstaat (p. 7)’.
Bartlema & Huizer, Burgers en besluitvorming.10Leerboek voor de staatsinrichting en handleiding voor de staatsburgerlijke vorming bij het H.A.V.O/V.W.O. als opvolger van Nederland, een rechtsstaat II.
De uitgave is vernieuwd (p. 5). Er is geput uit Nederland, een rechtsstaat, deel II, met articulatie van […] ‘de samenhang met het verleden. Er is aandacht voor (inter)nationale problemen’.11 Burgers en besluitvorming is samengesteld uit Nederland, een rechtsstaat.12 De uitgave behelst het examenprogramma.13
Algra & Van Ginkel, Beknopt overzicht van de staatsinrichting van Nederland14 voor de derde klas, ook bij maatschappijleer te gebruiken. De monarchie is een staatsvorm (sic!) (p. 6).
De Haan, Staatsinrichting voor voortgezet onderwijs.15
De uitgave bevat twintig hoofdstukjes, vragen en opdrachten. Het spreekt over de vermijding van ‘de wat plechtige vaktaal’, waardoor concessies zijn gedaan. De Europese Beweging is niet vermeld,16 maar de machtenscheiding wel.17 Verder vallen enige vermijdbare omissies op.18
De Ru: Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving.
Met ingang van de Wvo op 1 augustus 1968 verschijnt in 1970 van De Ru Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving 1.19:
‘Hoewel staatsinrichting niet langer zelfstandig is, wordt staatsburgerlijke vorming meer dan ooit als een behoefte gevoeld’, stelt De Ru. Hij ziet kennis en begrip voor het democratisch proces als onontbeerlijk en het vak ‘geschiedenis en staatsinrichting’ moet hiervoor de grondslag leggen.20 De Ru brengt tot uitdrukking dat ‘nevenschikking erop bedacht maakt staatsinrichting niet bij geschiedenis onder te brengen. Het vak heet niet geschiedenis, inclusief staatsinrichting’.21 De combinatie geschiedenis en staatsinrichting is onwelgevallig: ‘Zo was het bij een bepaald schooltype [gymnasium.W]: ondergebracht bij geschiedenis vormde het een aanhangsel van dorre feitjes. Zo zal het zijn als, met het motto ‘integratie’, staatsinrichting in het geschiedverhaal is ingelast’. Het bevoegd gezag moet, volgens De Ru, waken bij het vaststellen van leerplannen met lessentabellen en bij docentenbenoemingen.22 ‘Op havo-3 en vwo-4 dient een bevoegd docent staatsinrichting te geven, maar dat kan ook met meer uren per jaar in een gescheiden deel door een geschiedenisdocent’.23
Politieke bewustwording bevorderen
De Ru’s Inrichting en werking van de staatkundige samenleving 1 is in 1970 in Kleio gerecenseeerd door VGN-voorzitter H. de Ruyter.24 De traditionele opzet en inrichting van De Rus methode vormt de kern van zijn kritiek. Verder is hij over de didactiek zeer kritisch. De Ru repliceert ‘omwille van de staatsburgerlijke vorming die hem bijzonder ter harte gaat’ en reageert met ‘het behoort tot de doelen van de staatsinrichting onze fundamentele staatswet te begrijpen […] en leerlingen te laten ervaren wat het formuleren en interpreteren van wetten betekent’.25 De vakken staatsinrichting en geschiedenis zijn hiervoor samengevoegd.26 Resumerend moet staatsinrichting ‘politieke bewustwording bevorderen en dienstbaarheid aan algemene mensvorming […]’.27 In 1974 acht De Ru de trias politica wezenlijk als didactisch uitgangspunt.28 Inleidend benadrukt hij de invoering van het vak geschiedenis en staatsinrichting en niet ‘zoiets als geschiedenis, staatsinrichting inbegrepen’. De formulering toont aan dat de vakken nevengeschikt zijn, want een onderschikking zou ‘staatsburgerlijke vorming schaden’.29
De Ru: met trias politica systematisch en concentrisch onderwijs
De Ru bepleit naast één uur staatsinrichting op havo-3 en vwo-4 staatsinrichting te geven op havo-4 volgens de concentrische methode en niet ‘sectorisch, waarbij organen chronologisch voorgaan boven functies’. Didactisch acht hij het trias politica-schema onovertroffen: het leren van de Aristotelische functiedriedeling gaat vooraf aan de wetgeving, de uitvoering en de rechtspraak.30 De Ru acht ‘de historische ontwikkeling van eerst de organen en dan de functies essentieel’.31 Een matrix verheldert de functieverdeling over de organen.32
Bartlema & Huizer, Nederland, een democratie.33Staatsinrichting voor het VO
Eerst worden de organen en daarna de functies behandeld (vgl. De Ru over de trias politica). De Verklaring van de Rechten van de Mens (Verenigde Naties) en de Europese integratie zijn opgenomen. Ieder hoofdstuk bevat (productieve) vragen en opdrachten.
De Ru, Inrichting en werking van onze staatkundige samenleving 1 en 234
Niemeyer & Wijte, Staatsinrichting35
Vanaf 1976 veranderen titel en inhoud van Staatsinrichting voor de h.a.v.o.-top in Staatsinrichting. De uitgave is grondig herzien door schrijver dezes en kent een literatuurlijst. De trias politica is besproken aan de hand van De l'esprit des lois van Montesquieu (1748).36 Voor het cse is de uitgave herzien.37 De verplichte namen, termen en begrippen zijn opgenomen.38
Wijte, Het Europese Parlement39 voor gebruik in het voortgezet onderwijs.
De uitgave was bedoeld voor de eerste verkiezingen voor het Europese parlement in 1979.
Wijte, De Europese Gemeenschappen, gisteren/vandaag/morgen.40 Voor de rechtstreekse verkiezingen van het Europese parlement in 1979 verscheen deze algemene uitgave. Het voorwoord breekt een lans voor de opname van het thema ‘Europa’ in de vakken staatsinrichting, geschiedenis en maatschappijleer. ‘Onze staatsinrichting alléén kan niet meer het enige constitutionele onderwerp zijn’.41 Verplichte namen, termen en begrippen zijn vermeld. De achterzijde bevat de mijlpalen van de Europese Gemeenschappen.42
Bartlema & Huizer, Nederland, een democratie.43