Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/2.4.3.1
2.4.3.1 Inleiding
J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372367:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een overzicht G. Raaijmakers 2005, p. 106-112.
Europese Commissie 2011, p. 16 en Europese Commissie 2010, 16. Zie hierover Lennarts/Roest 2012, p. 45.
Zie de brief van 19 augustus 2009, <www.fca.org.uk>. Dit heeft weerklank gevonden in de UK Stewardship Code, die aandeelhouders oproept om samen te werken (principe 5). Zie hierover nader MacNeil 2010, p. 419-438 en hierna § 2.4.3.5. De FCA en de code volgen hiermee overigens de aanbevelingen uit het zogeheten Walker Review uit 2009, zie onder meer p. 75 (aanbeveling 20).
Zie onder meer: de ICGN Statement of Principles on Institutional Shareholder Responsibilities, nr. 4.4.ii; de UN Principles for Responsible Investment, Principle 5; de UK Stewardship Code, Principle 5 en de Nederlandse Corporate Governance Code, Principe IV.1 (eerste alinea). Vgl. ook Eumedion 2010 – Position paper betrokken aandeelhouderschap, p. 6-7 en p. 9.
Voor het probleem van de controle van het bestuur bij verspreid aandelenbezit bestaan diverse oplossingsrichtingen.1 Ik bespreek hieronder kort de oplossingen die de invloed van en in de aandeelhoudersvergadering betreffen en de mogelijke rol van aandeelhouderssamenwerking daarbij. Voor die rol bestaat in toenemende mate belangstelling. Zo vroeg de Europese Commissie in 2011 in een consultatie over de corporate governance van beursvennootschappen hoe (en niet of) samenwerking tussen aandeelhouders gestimuleerd zou kunnen worden.2 De FCA, belast met het toezicht op de financiële markten in het Verenigd Koninkrijk, riep daarvoor al op tot meer samenwerking.3 Intussen bevatten corporate governance-codes wereldwijd bepalingen omtrent het faciliteren of stimuleren van aandeelhouderssamenwerking.4 Een terechte vraag is of deze aandacht wel gerechtvaardigd is. In hoeverre draagt aandeelhouderssamenwerking bij aan versterking van de corporate governance van beursvennootschappen?