Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.3.4:5.3.4 Afsluiting
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.3.4
5.3.4 Afsluiting
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS566211:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het beginsel dat op een aangifte die is gebaseerd op een pleitbaar standpunt geen verhoging behoort te volgen heeft in het oude fiscale boeterecht van vóór de invoering van de AWR niet bestaan. Ná de invoering van de AWR is uitsluitend uit een ambivalente opmerking uit de wetsgeschiedenis en uit een uitspraak van het Hof ’s-Gravenhage op te maken dat een pleitbaar standpunt tot afwezigheid van opzet en grove schuld leidt. Voorts hebben Scheltens in zijn handboek en A-G Van Soest in twee conclusies, waaronder de conclusie voorafgaand aan het eerste pleitbaar standpunt arrest uit 1984, verdedigd dat opzet en grove schuld bij een pleitbaar standpunt horen te ontbreken.
Het lijkt derhalve vooral de belastingkamer van de Hoge Raad zelf die, in navolging van Scheltens en A-G van Soest, het uitgangspunt in het leven heeft geroepen dat bij een aangifte die is gebaseerd op een pleitbaar standpunt opzet en grove schuld zonder meer ontbreken.