Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.3.1:5.3.1 De conclusie van A-G Van Soest voorafgaand aan HR 11 juli 1984
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/5.3.1
5.3.1 De conclusie van A-G Van Soest voorafgaand aan HR 11 juli 1984
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS569909:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
A-G Van Soest, conclusie van 2 maart 1984, gepubliceerd in BNB 1984/268.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan het zojuist besproken arrest van 11 juli 1984 is een conclusie van A-G Van Soest vooraf gegaan.1 In deze conclusie heeft A-G Van Soest willen aantonen dat in het fiscale boeterecht van voor en na de invoering van de AWR het beginsel heeft bestaan dat op een aangifte die weliswaar onjuist blijkt te zijn maar die is gebaseerd op een pleitbare interpretatie of toepassing van de wet, geen verhoging behoort te volgen. De in de conclusie genoemde aanwijzingen voor dit beginsel worden hierna uitgewerkt.