Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.1:10.1 Inleiding
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/10.1
10.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Niet naleving van het voorschrift tot beëdiging ter zitting is het enige vormverzuim dat nog met formele nietigheid is bedreigd. Indien de zittingsrechter vergeet de getuige te beëdigen, dan is het onderzoek ter terechtzitting nietig (HR 14 november 2006, JOL 2006, 714 en HR 12 januari 1993, NJ 1993, 531).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staan de juridische kaders van de getuigenverklaring centraal. Gekeken wordt hoe de omgang met getuigenverklaringen in het Nederlandse strafproces juridisch is genormeerd. Hiertoe worden de regels in het Wetboek van Strafvordering en de jurisprudentie van de Hoge Raad beschreven en geanalyseerd. Ook de lagere regelgeving voor zover van belang voor de totstandkoming en verslaglegging van getuigenverklaringen, in de vorm van aanwijzingen en richtlijnen, komt aan de orde. Hoewel de regels omtrent de totstandkoming van het bewijsmateriaal en de regels die zien op de bewijsbeslissing zelf worden besproken als twee afzonderlijke sets van regels, werkt niet-nakoming van de regels die zien op de totstandkoming en verslaglegging van verklaringen vanzelfsprekend ook door op de bewijsbeslissing. Bij de wijze waarop deze doorwerking geschiedt, wordt in hoofdstuk 12 nader stilgestaan. Hier volstaat te vermelden dat aan niet-naleving verschillende consequenties kunnen worden verbonden afhankelijk van de aard van de regel; gemaakte fouten kunnen zowel van invloed zijn op de betrouwbaarheid als op de rechtmatigheid van het verkregen bewijsmateriaal.1 De regels die in dit hoofdstuk worden beschreven, gelden in beginsel voor alle getuigenverklaringen ongeacht de vorm waarin zij tot de rechter komen (schriftelijk, mondeling of via beeld- of geluidsdrager), tenzij dat in de tekst anders wordt aangegeven.
Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd. Eerst worden de regels besproken die zien op de totstandkoming in de context van het verhoor (§ 10.2). Daarbij worden in § 10.2.1 achtereenvolgens het getuigenverhoor bij de politie, in het kabinet van de rechter-commissaris en op het onderzoek ter terechtzitting besproken. In dit verband wordt tevens ingegaan op de inzet van audiovisuele techniek (§ 10.2.2) en de regels omtrent de oproeping van getuigen (§ 10.2.3). Daarna komen de regels omtrent de vastlegging van verklaringen aan bod (§ 10.3) en de regels omtrent het gebruik voor het bewijs (§ 10.4). Tot slot wordt ingegaan op de eisen die worden gesteld aan de motivering (§ 10.5).