Einde inhoudsopgave
Ontwikkelingen in het civielrechtelijk conservatoir beslag in Nederland (BPP nr. XV) 2013/6.4.2
6.4.2 Omvang opheffingskortgeding naar arrondissement
mr. M. Meijsen, datum 27-05-2013
- Datum
27-05-2013
- Auteur
mr. M. Meijsen
- JCDI
JCDI:ADS492254:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 6.4.1, in het bijzonder tabel 17.
De gegevens tot en met 2008 zijn gebaseerd op een query (definitie van de zoeksleutel) welke is gedraaid op de database Civiel van de lokale rechtbanken. In 2007 gebeurde dit in het kader van het onderzoek naar verlofverlening, en in 2009 nogmaals, met een aanvulling tot en met het jaar 2008. Gebleken is dat de uitkomsten van beide query’s (kleinere) verschillen vertonen waarvoor geen IT-verklaring is. Deze zijn op het geheel zodanig gering (nog geen 1% op het totaal) dat ervan moet worden uitgegaan dat deze de resultaten op hoofdlijnen nauwelijks beïnvloeden. Voor de weergave is gebruikgemaakt van de data 2007 met twee jaar aanvulling uit de tweede query. Vermoedelijk ligt de oorzaak van de verschillen in de mogelijkheid van het ex-post ‘hard’ wijzigen van data in de database Civiel. Vanaf 2009 is gebruik gemaakt van de gegevens uit de ODB. Zie voor gegevensverzameling- en verwerking ook paragraaf 2.4.1.
In het kader van het onderzoek naar conservatoir beslag is, om vast te kunnen stellen of er sprake is van verschillen tussen arrondissementen, op het onderliggende niveau van de zes bij dit onderzoek betrokken rechtbanken, op basis van gegevens uit de database Civiel, over de periode 2000-2008 gekeken naar verhouding tussen verloven en opheffingskortgedingen. Vervolgens is op basis van gegevens van de ODB voor de jaren 2009-2011 geactualiseerd (tabel 18).
Het gemiddelde percentage opheffingskortgedingen varieert in de rapportageperiode tussen het laagste percentage van 3,1% in 2009 bij rechtbank Utrecht en het hoogste percentage van 6,4% in 2001 bij de rechtbanken Amsterdam en ’s-Gravenhage. In de jaren 2010 en 2011 daalt het aantal beslagrekesten. Ook het aantal aangemelde opheffingskortgedingen wordt kleiner in omvang, maar niet in dezelfde verhouding. Dit leidt bij de betrokken rechtbanken tot een lichte stijging van het percentage dat de verhouding tussen rekesten en opheffingskortgedingen aangeeft. Een en ander is in overeenstemming met het landelijke beeld.1 Geconcludeerd kan worden dat geen sprake is van grote verschillen tussen arrondissementen wat betreft de verhouding tussen rekesten en opheffingskortgedingen. Daarnaast is ook de ontwikkeling in de tijd redelijk stabiel, waarbij in de jaren 2010 en 2011 in de zes onderzochte arrondissementen een daling van zowel het aantal rekesten als opheffingskortgedingen zichtbaar is.
Tabel 18: Geregistreerde beslagverloven zes rechtbanken afgezet tegen het aantal aangevraagde opheffingskortgedingen over de jaren 20002011.2
Amsterdam
Den Haag
Utrecht
Kleinere gerechten
Totaal
Verlof
Op. KG
%
Verlof
Op. KG
%
Verlof
Op. KG
%
Verlof
Op. KG
%
Verlof
Op. KG
%
2000
2.204
136
6,2%
1.543
89
5,7%
1.160
56
4,9%
1.585
73
4,6%
6.492
354
5,5%
2001
2.656
169
6,4%
1.745
112
6,4%
1.215
48
3,9%
1.698
77
4,5%
7.314
406
5,6%
2002
2.659
136
5,1%
1.934
105
5,4%
1.227
55
4,4%
1.605
76
4,7%
7.434
372
5,0%
2003
2.791
128
4,6%
1.806
86
4,4%
1.274
52
4,1%
1.568
72
4,6%
7.439
338
4,5%
2004
2.569
133
5,2%
1.728
85
4,7%
1.197
53
4,4%
1.571
92
5,9%
7.065
363
5,1%
2005
2.778
121
4,4%
1.621
85
5,2%
1.228
42
3,4%
1.639
80
4,9%
7.266
328
4,5%
2006
2.785
98
3,5%
1.460
84
5,7%
1.195
51
4,3%
1.531
77
5,0%
6.971
310
4,5%
2007
3.041
146
4,8%
1.423
87
6,1%
1.202
58
4,8%
1.502
68
4,5%
7.168
359
5,0%
2008
3.189
120
3,7%
1.585
85
5,4%
1.205
50
4,1%
1.539
57
3,7%
7.467
312
4,2%
2009
3998
148
3,3%
1574
67
4,3%
1390
43
3,1%
1531
75
4,9%
8.493
333
3,9%
2010
3753
128
3,4%
1384
67
4,8%
1220
61
5,0%
1354
54
4,0%
7.711
310
4,0%
2011
2540
116
4,6%
1074
53
4,9%
845
46
5,4%
995
45
4,5%
5.454
260
4,8%