Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.2.4
5.4.2.4 Het maken van afschriften
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS375241:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Uit de wetsgeschiedenis blijkt overigens dat het meenemen van gegevens en bescheiden om kopieën te maken, in aard anders is dan inbeslagname, Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 20-21. Dat laatste behoort tot de opsporingssfeer, Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 145.
Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 20-21; zie ook rapport Nationale ombudsman, 2004/305.
Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 20-21.
Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 20-21.
Hof Amsterdam 1 juli 1994, nr. 93/4634; Hof Amsterdam 4 mei 1994, FutD 1995/106. Het is niet nodig originele stukken op te sturen; fotokopieën zijn voldoende.
Vgl. Rb. ’s-Hertogenbosch 9 oktober 1996, Infobulletin 96/985. Als de inspecteur zelf kopieën maakt, is geen sprake van onbevoegdelijk verkregen bewijs. Het meenemen van stukken – zonder toestemming – is in strijd met het wettelijke desgevraagd ter inzage verstrekken; dat behoort uitdrukkelijk niet tot zijn bevoegdheid.
Een dergelijke analogie is te vinden in parlementaire geschiedenis bij de subsidieaanvragen (art. 4:2 Awb) Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3.
De inspecteur heeft de bevoegdheid kopieën te maken. Dit vindt bij voorkeur plaats bij belastingplichtige. In de parlementaire geschiedenis onderschrijft de staatssecretaris van Financiën de wens ‘te voorkomen dat de originele bescheiden onnodig het bedrijf verlaten’.1 De bewindsman geeft daarbij aan dat raadplegen plaats moet vinden – alsmede het maken van kopieën – daar waar dit in redelijkheid het meest passend is. En, zo vervolgt hij, voor omvangrijke bedrijfsadministraties en daartoe behorende bescheiden is dit in het algemeen op de locatie waar het bedrijf kantoor houdt, dan wel de plaats waar de boekhouding wordt verzorgd.2 Het meenemen van originele bescheiden naar kantoor noemt hij niet als optie. Wel kan de inspecteur inzage verkrijgen van originele bescheiden ‘ten kantore van de Belastingdienst’. Het kopiëren op kantoor kan volgens de minister ‘indien de inspecteur in het kader van de aanslagregeling enkele bescheiden ter inzage wenst te krijgen; dan ligt verzending naar of terbeschikkingstelling op de inspectie voor de hand.’3 In de huidige praktijk zal dat laatste weinig voorkomen.4 Het uitgangspunt blijft dat originelen het bedrijf niet verlaten.5 Ook voor andere uitvoerende sferen is dit overigens bepaald. Het moet noodzakelijk zijn wil de inspecteur originelen (ter inzage) opvragen.6
Dit ligt anders bij de Awb. In de bijzondere wetten was het nog algemeen gebruikelijk om als toezichthouder afschriften te kunnen maken. Zo nodig kon dit op kantoor plaatsvinden en had de toezichthouder de bevoegdheid de bescheiden mee te nemen naar kantoor. Deze bevoegdheid is bij het tot standkomen van de Awb overgenomen.7 Wel wijst de minister van Justitie erop ‘dat, indien zulks de voorkeur van de belanghebbende heeft en de faciliteiten daarvoor aanwezig zijn, de kopieën onmiddellijk ter plaatse moeten worden vervaardigd.’8 De bewindsvrouw gaf in dezelfde toelichting aan dat het begrip ‘afschriften’ omvat ‘ook overname van gegevens die langs geautomatiseerde weg zijn vastgelegd op bijvoorbeeld diskettes.’ En ook, zo vervolgt zij, de ‘bevoegdheid om kopieën te maken door het uitprinten van gegevens.’ Ze geeft in dit verband tevens aan dan dat de termijn om zaken mee te nemen, zo veel mogelijk worden beperkt en dat de toezichthouder daarvoor een ontvangstbewijs moet verstrekken. De wetgever vindt dit allemaal dusdanig belangrijk dat het wettelijk is gecodificeerd. Het biedt echter geen duidelijkheid over de handelwijze bij inzage in elektronische gegevensverzameling. Kan een toezichthouder die zelfstandig meenemen en kopiëren? De inspecteur in elk geval niet.