Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.2.1
5.4.2.1 De reikwijdte van de inzage
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS378924:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Voor de historische ontwikkeling zie hoofdstuk drie. Zie voor een uitgebreidere behandeling R.N.J. Kamerling, Handboek belastingcontrole, (losbladige editie), hoofdstuk 7, 2001; zie ook R.N.J. Kamerling en M. Snippe, Belastingcontrole, 2013, hoofdstuk 9.
HR 4 februari 1987, LJN:AW7764, BNB 1987/159.
Wet van 8 november 1993, Stb. 1993, 598.
Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 3, p. 144; Kamerstukken II 1993/94, 23 700, nr. 5, p. 54.
Opmerkelijk is dat hierin wel de oudere terminologie van ‘bescheiden’ is opgenomen. Het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, M. Philippa e.a. (2003-2009) geeft aan: bescheid zn. ‘bericht, geschreven stuk’. (…) Woordenboek der Nederlandse Taal] en vandaar ook de meervoudsvorm bescheiden in de specifieke betekenis ‘(officiële) stukken’, die nog steeds gangbaar is. (…) Ook N. van der Sijs (2001), Chronologisch Woordenboek verwijst voor de oorsprong van bescheid naar ‘geschreven stuk’ [Woordenboek der Nederlandse Taal]. N. van der Sijs, 2010, https://www.etymologiebank.nl/trefwoord/bescheid, geraadpleegd: 9 april 2017.
De AWR spreekt over ‘boeken, bescheiden en andere gegevensdragers’. De AWR geeft geen definitie van deze trits noch van de begrippen afzonderlijk. In de memorie van toelichting geeft de staatssecretaris van Financiën inhoud aan deze woorden.1 Die omvatten volgens de bewindsman alle stukken waarvan de kennisneming van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten die invloed kunnen uitoefenen op de belastingheffing van een belastingplichtige. Aanvankelijk was de wettelijke inzageverplichting gericht op de financiële administratie, die toentertijd voornamelijk bestond uit ‘boeken en andere bescheiden’ (zie par. 3.4).
Omdat toentertijd het fiscale begrip ‘administratie’ ontbrak, gaf de wetgever inhoud aan de reikwijdte daarvan. Daarbij gaf hij aan dat de inzageverplichting niet te eng moest worden geïnterpreteerd wat werd toegelicht met voorbeelden van bescheiden uit de financiële administratie. De reikwijdte daarvan werd met algemene termen geduid door aan te geven dat daaronder vielen de bescheiden waarop de jaarstukken zijn gebaseerd.2 Zaken, zoals munten en bankbiljetten zijn logischerwijs niet te rekenen tot de boeken en bescheiden.3 Voor een (origineel) identiteitsbewijs geldt een specifieke inzageverplichting (art. 47 lid 3 AWR).4
Om de breedte van de inzage in de wet te verduidelijken is de term ‘boeken en andere bescheiden’ aan het einde van de vorige eeuw vervangen door ‘boeken, bescheiden en andere informatiedragers’.5 Later is het begrip ‘informatiedrager’ gewijzigd in het huidige begrip ‘gegevensdrager’.6
De Awb heeft een beperktere terminologie, namelijk ‘gegevens en bescheiden’. Met die begrippen is aansluiting gezocht bij de elders in de Awb gehanteerde terminologie.7 Bij de totstandkoming van de Awb is bewust gekozen om de term ‘boeken’ niet (meer) afzonderlijk te noemen aangezien een administratie – overigens ook een kernbegrip – veelal uit elektronische bestanden bestaat.8 Daar waar het fiscaal nog gaat om de duiding van het medium is de Awb ruimer gedefinieerd, en ziet op zowel de data (‘gegevens’) als het medium zelf (‘bescheiden’).9 De ministers van Justitie en van Binnenlandse zaken rekenen tot de term ‘gegevens’ ook de gegevens die elektronisch zijn vastgelegd.10 Aangenomen moet worden dat dit alle soorten gegevensdragers omvat.11
De fiscale inzage kent een langere geschiedenis en anticipeert met gegevensdragers op toekomstige ontwikkelingen. De boeken zijn bij het tot standkomen van de Awb niet apart opgenomen, maar die vallen onder het brede reikwijdte van gegevens en bescheiden. Op basis van deze terminologie lijkt er, hoewel de woordcombinatie dat wel doet vermoeden, geen inhoudelijk onderscheid te zijn in omvang van de inzageverplichting.