Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.4.2.3
5.4.2.3 De aard van de medewerking
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS376475:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HR 21 december 1927, B 4178; RVB ’s-Gravenhage 8 juni 1928, B 4635; RVB ’s- Gravenhage 26 november 1928, B 4645; HR 14 november 1928, B 4396; HR 5 februari 1930, B 4691; HR 15 maart 1966, LJN:AB4852, NJ 1966/379; HR 7 februari 1967, LJN: AB4002, NJ 1967/271; zie ook president in kort geding 7 september 1999, FED 1999/670; Hof Amsterdam 9 juli 2002, V-N 2004/20.1.1.
Groot woordenboek van de Nederlandse taal, Dikke Van Dale online, geraadpleegd: 10 februari 2017.
Groot woordenboek van de Nederlandse taal, Dikke Van Dale online, geraadpleegd: 10 februari 2017.
M. Philippa e.a. (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, ‘Nnl. inzage ‘inspraak’ in: ik heb geene inzage in die zaak gehad ‘ik heb er niets over te zeggen gehad, ik heb me er niet mee bemoeid’ [1803; Weiland], verkeerde inzagen ‘onjuiste zienswijze’ [1840; Woordenboek der Nederlandse Taal], ter inzage ‘om in te zien’ [1861; Woordenboek der Nederlandse Taal]. Ontleend aan Duits Einsage ‘inspraak, het tegenspreken’ [17e eeuw; Grimm], afleiding van einsagen ‘tegenspreken’, gevormd uit ein-, zie → in, en sagen, zie → zeggen. De oorspr. betekenis is in het Nederlands al in de 19e eeuw verouderd geraakt. Het woord werd geassocieerd met inzien ‘(ergens) inkijken’, waardoor betekenisverschuiving naar ‘het inzien’ optrad.’ N. van der Sijs, Etymologiebank, http://www.etymologiebank.nl/trefwoord/inzage, geraadpleegd: 9 april 2017.
Resolutie van 12 augustus 1985, BNB 1985/298. Deze resolutie is qua strekking ongewijzigd, maar in sterk ingekorte vorm opgenomen in het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 6 april 2006, nr. CPP2006/546M, Stcrt. 2006, 76, V–N 2006/29.6.
HR 25 juni 1928, B 4296.
HR 23 november 1932, B 5327.
HR 26 november 1936, B 6596.
HR 19 april 1939, B 6898.
Resolutie van 12 augustus 1985, BNB 1985/298. Deze resolutie is qua strekking ongewijzigd, maar in sterk ingekorte vorm opgenomen in het besluit van de staatssecretaris van Financiën van 6 april 2006, nr. CPP2006/546M, Stcrt. 2006, 76, V-N 2006/29.6.
Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 6 april 2006, nr. CPP2006/ 546M, Stcrt. 2006, 76, V-N 2006/29.6.
‘De inspecteur blijft hierdoor de mogelijkheid houden om bij de in Nederland gevestigde moedermaatschappij gegevens en inlichtingen op te vragen die betrekking hebben op buitenlandse dochtermaatschappijen (ongeacht of met het betrokken land een adequaat artikel betreffende inlichtingenuitwisseling overeen is gekomen).’ Kamerstukken II 2005/06, 30 306, nr. 6, p. 74.
Groot woordenboek van de Nederlandse taal, Dikke Van Dale online, geraadpleegd: 10 februari 2017.
Groot woordenboek van de Nederlandse taal, Dikke Van Dale online, geraadpleegd: 10 februari 2017.
HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1117, r.o. 4.3.3.
Het begrip ‘plaatsen’ is niet geconcretiseerd. Hieronder worden in elk geval ook vervoermiddelen begrepen; Kamerstukken I 1995/96, 23 700, nr. 188b, p. 5-6; Kamerstukken II 1995/96, 24 617, B, p. 2.; Kamerstukken II 1992/93, 23 251, nr. 3, p. 17. Voor jurisprudentie HR 22 oktober 1996, NJ 1997/154.
Rb. ’s-Gravenhage 9 april 2003 (HBG Civiel BV vs. NMa en Van Hattum en Blankevoort BV vs. NMa), LJN:AF7087, r.o. 4.13.
Met de term doorzoeking (sinds inwerkingtreding van de Wet van 27 mei 1999 tot partiële wijziging van het Wetboek van Strafvordering (herziening van het gerechtelijk vooronderzoek), Stcrt. 1999, 243.) wordt ten opzichte van het eerdere begrip huiszoeking beter aangegeven dat het niet gaat om de plaats waar wordt gezocht maar om de wijze waarop wordt gezocht (zie Vakstudie Algemeen Deel, art. 83 AWR, aant. 7.1). Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het voorheen bij ‘huiszoeking’ ging om ‘gericht en stelselmatig zoeken’, thans wordt ook het openen van een niet-afgesloten muurkast als doorzoeken aangemerkt (zie Kamerstukken II 1992/93, 23 251, nr. 3, p. 17.).
Kamerstukken I 1994/95, 23 700, nr. 188b, p. 5-6. De minister geeft de volgende inhoud aan de beide begrippen: ‘De in de artikelen 5.1.8 en 5.1.9 opgenomen bevoegdheden tot het onderzoeken van zaken, kunnen niet worden opgevat als bevoegdheden om (tevens) die zaken te doorzoeken. «Doorzoeken» is een in het kader van strafvordering gebezigde term ter aanduiding van een activiteit die wordt verricht om zaken op te sporen (en daarna in beslag te nemen) waarvan op het moment van doorzoeken nog niet vaststaat waar deze zich precies bevinden (vgl. wetsvoorstel 23 251, waarin «doorzoeking» het oude begrip «huiszoeking» vervangt). Bij «onderzoeken» in het kader van het toezicht op de naleving gaat het om controle van zaken waarvan wel bekend is waar ze zich bevinden.’
Het voor raadpleging beschikbaar stellen aan de inspecteur
De fiscale inzageverplichting bestaat uit het voor raadpleging beschikbaar stellen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan. De woordcombinatie ‘voor raadpleging beschikbaar stellen’ betekent ‘kennisnemen’ of ‘bestuderen’1 van geschriften of verzamelingen.2 Vanuit de etymologie komt de betekenis van inzage overeen met het ‘inkijken’ dan wel ‘het gegeven van gelegenheid tot inzien’.3 Kortom, het gaat om het zelfstandig vergaren van gegevens uit de inhoud van een verzameling gegevensdragers.
Aan de verplichting om boeken, bescheiden en andere gegevensdragers voor raadpleging beschikbaar te kunnen stellen, ligt de veronderstelling ten grondslag dat de belastingplichtige daarover ook zelf kan beschikken. De staatssecretaris hanteert een ruim begrip met verwijzing naar (oude) vaste jurisprudentie.4
Boeken en bescheiden die een belastingplichtige niet feitelijk in zijn bezit heeft, maar waar hij wel recht op heeft en dat recht geldend kan maken, moet hij ter inzage geven.5 Een belastingplichtige hoeft geen eigenaar of mede-eigenaar te zijn.6 Het kan zelfs gaan om boeken en bescheiden van derden die in bezit zijn van de belastingplichtige.7 Als een belastingplichtige in staat is inzage te verstrekken in boeken en bescheiden van derden, is hij daartoe zelfs verplicht.8 De staatssecretaris geeft in 1985 aan dat de verplichtingen in de achterliggende jaren ongewijzigd zijn gebleven en de inhoud van de arresten nog steeds relevant zijn.9 En hoewel die resolutie ondertussen heeft plaatsgemaakt voor een besluit, waarin de staatssecretaris niet meer ingaat op de eerder aangehaalde jurisprudentie, is de essentie daarvan ongewijzigd gebleven.10 Beschikkingsmacht blijkt van doorslaggevende betekenis te zijn.11
Het geven van alle medewerking tot het verkrijgen van inzage aan de toezichthouder
De Awb geeft de bevoegdheid tot het vorderen van inzage. De term ‘raadplegen’ komt niet in de Awb voor. Aan de term ‘inzage’ wordt echter grammaticaal een vergelijkbare betekenis toegekend als aan raadplegen, namelijk van ‘het inzien ter kennismaking of kennisneming (van boeken en bescheiden)’.12 Het verkrijgen van ‘inzage’ is derhalve synoniem met ‘voor raadpleging beschikbaar stellen’. Toch is er een nuancering.
Twee aspecten nader beschouwd
Het beschikbaar stellen, met als synoniem ‘aanbieden’,13 impliceert een afhankelijkheid van de inspecteur voor wat betreft de medewerking van de administratieplichtige. Die moet de gegevensdragers overleggen. De bevoegdheid tot het zelfstandig verkrijgen van toegang tot archieven, als algemene verzameling van gegevensdragers, is de inspecteur expliciet niet gegeven.14 Door het toekennen van een dergelijke bevoegdheid zouden, aldus de bewindsman toentertijd, de grenzen met het opsporingsonderzoek te veel vervagen.15 Op basis van de – hierna te behandelen – toegangsverplichtingen (art. 50 lid 1 AWR) kan de inspecteur wel vragen om een rondleiding door de archiefruimte(s) en een inhoudsopgave van de archieven. Zijn bevoegdheid beperkt zich tot het onderzoek van – de voor raadpleging beschikbaar gestelde – boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan. Hij mag zelfs niet boeken en bescheiden pakken indien ze niet voor raadpleging beschikbaar zijn gesteld.
Dat mag een toezichthouder wel. Hij specificeert in beginsel wat hij wil inzien.16 Maar hij kan aanvullend (zelfstandig) plaatsen betreden en zaken onderzoeken (5.6.3). En daarmee heeft hij tevens de mogelijkheid tot het zelfstandig verkrijgen van de inzage in de documenten.17 Deze gecombineerde bevoegdheden geven namelijk de mogelijkheid om kasten, waarin naar verwachting de documenten zijn opgeborgen, laden en andere bergplaatsen op werkkamers, te openen met het oog op de vereiste inzage in de documenten.18 De toezichthouder mag wel archiefruimten onderzoeken, maar niet doorzoeken.19 Dit is in de lijn met de toelichting die de minister van Justitie in de Eerste Kamer geeft over de invulling van de bevoegdheden voor onderzoeken (art. 5:18 Awb en 5:19 Awb).20 En hij kan de bescheiden ook tijdelijk meenemen (art. 5:17 lid 3 Awb).21 Hier ligt een wezenlijk verschil met de bevoegdheden van de inspecteur.