Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§6.3.:§6.3. Dualisering op hoofdlijnen
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/§6.3.
§6.3. Dualisering op hoofdlijnen
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetswijzigingen die in dit hoofdstuk worden besproken, houden verband met de kern van de dualiseringsoperatie. Niet alleen de zogeheten ontvlechting van het wethouderschap en het raadslidmaatschap, maar ook de gedeeltelijke overdracht van (bestuurs)bevoegdheden aan het college zorgden voor een grotere afstand tussen raad en college. Deze afstand was uiteraard beoogd, maar moest in zekere zin worden gecompenseerd door een versterking van het controlerende primaat van de gemeenteraad.
Deze versterking krijgt op verschillende manieren gestalte. De al bestaande passieve inlichtingen- en verantwoordingsplichten (art. 169 lid 1 en 3 en 180 lid 1 en 3 Gemeentewet) werd nadrukkelijker handen en voeten gegeven door een wettelijke verankering van de instrumenten van het vragen- en interpellatierecht (art. 155 Gemeentewet). Bovendien werd naast de passieve inlichtingenplicht ook een tweetal actieve inlichtingenplichten ingevoerd (art. 169 lid 2 en 4 Gemeentewet). De klap op de vuurpijl was echter het nieuw ingevoerde recht van onderzoek van de gemeenteraad (art. 155a Gemeentewet), waannee een verkapt gemeentelijk enquêterecht is geïntroduceerd. Waar het stellen van vragen en het houden van interpellaties ook onder de oude wetgeving al tot de mogelijkheden behoorden, biedt het onderzoeksrecht de raad daadwerkelijk nieuwe bevoegdheden. Dit betreft vooral de mogelijkheid om oud-ambtsdragers, ambtenaren en voormalige ambtenaren te laten getuigen voor een onderzoekscommissie.
Het versterken van de controlerol van de gemeenteraad is voor wat betreft de rechtmatigheid en doelmatigheid van het fmanciële beleid gepaard gegaan met de verplichte vaststelling van de zogenaamde 'financiële verordeningen' op grond van de artt. 212, 213 en 213a Gemeentewet. Zij bieden een meetlat waarlangs de gemeenteraad het (financiële) beleid van het college kan leggen.