Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/3.2
3.2 Het leerstuk ‘samenloop’
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS301643:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Voetnoten
Voetnoten
Brunner 1984, p. 1; Boukema 1992, p. 3; Janssen 2007, p. 3; Bakker 2017, p. 136.
De verschillende aansprakelijkheidsgronden van art. 6:162 lid 2 bieden hiervan een voorbeeld.
Verdedigd wordt overigens wel (Janssen 2007, p. 23; Bauw 2015, p. 105) dat van ‘samenloop’ enkel sprake is indien de voor toepassing in aanmerking komende rechtsregels betrekking hebben op de rechtsrelatie tussen dezelfde partijen. De problematiek van het aanwijzen van de kwalitatief aansprakelijke(n) binnen afd. 6.3.2 en 6.3.3 BW ziet op rechtsregels die de aansprakelijkheid van verschillende personen (kunnen) meebrengen. Boukema 2002, p. 3 en Jansen 2007, p. 165 menen dat ook in het laatste geval van samenloop kan worden gesproken.
Kamerstukken II 1988/89, 21202, 3, p. 8-9, 24.
Brunner 1984, p. 10; Boukema 2002, p. 5; Janssen 2007, p. 4.
Snijders 1973, p. 454; Bakels 2009, p. 344.
HR 14 juni 2002, NJ 2003/112, m.nt. Hijma (Bramer/Colpro); Brunner 1984, p. 12.
Boukema 2002, p. 13; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV 2015/165. Zie ook Bakels 2009, p. 337 e.v. die kritisch is over deze ‘klassieke drieslag’.
HR 15 juni 2007, NJ 2007/621, m.nt. Haak (Fernhout/Essent). Zie ook HR 15 november 2002, NJ 2003/48, m.nt. Vranken (AVO/Petri); HR 21 november 2014, NJ 2015/388, m.nt. Haak (Liander/KWS) en HR 10 maart 2017, NJ 2017/336, m.nt. Keirse (Catering).
Brunner 1984, p. 13.
De problematiek van het in het voorkomende geval aanwijzen van de kwalitatief aansprakelijke persoon plaats ik in de sleutel van het leerstuk ‘samenloop’. Van samenloop is sprake wanneer twee of meer rechtsregels van toepassing kunnen zijn op één rechtsfeit(encomplex).1 Hiervan kan ook sprake zijn binnen één en dezelfde wetsbepaling.2 Samenloop levert problemen op indien de toepasselijke regels elkaar niet dekken of aanvullen, zodat een verschillende uitkomst wordt bereikt al naar gelang de ene of de andere norm wordt toegepast. Het is dan de vraag of de betreffende regels tegelijkertijd toepasselijk zijn, en zo nee, welke norm dan moet wijken en welke als toepasselijk geldt. Op het gebied van samenloop kan onderscheid worden gemaakt tussen samenloop van rechtsregels betreffende de rechtsrelatie van dezelfde en verschillende partijen. Samenloop van rechtsregels met betrekking tot de rechtsrelatie tussen dezelfde partijen doet zich voor, indien ter zake van hetzelfde schadefeit twee of meer verschillende grondslagen van aansprakelijkheid in de richting van dezelfde persoon wijzen. Denk bijvoorbeeld aan partijen die een contractuele relatie met elkaar hebben, waarbij in geval van schade door een toerekenbare tekortkoming van een der partijen zich naast de grondslag van wanprestatie (art. 6:74 e.v.) ook een actie uit onrechtmatige daad (art. 6:162) kan voordoen. In geval van samenloop van rechtsregels betreffende de rechtsrelatie tussen verschillende personen, wijst de wet ter zake van hetzelfde schadefeit verschillende personen aan als (potentieel) aansprakelijke.3 Voor deze studie is voornamelijk deze laatste vorm van samenloop interessant. Bezien we art. 6:173, 174, 179 en 181, dan dienen zich in geval van schade veroorzaakt door de door deze bepalingen bestreken zaken immers tegelijkertijd meerdere personen als kwalitatief aansprakelijke aan: de bezitter en bedrijfsmatige gebruiker, waaraan in bepaalde gevallen nog de hiervoor genoemde ‘bijzondere’ personen kunnen worden toegevoegd. Het leerstuk ‘samenloop’ kan in mijn ogen dienstig zijn ter bepaling van degene op wie in het voorkomende geval binnen afd. 6.3.2 en ook afd. 6.3.3 BW al dan niet een kwalitatieve aansprakelijkheid rust of behoort te rusten. De wetgever zelf heeft er ook blijk van gegeven de vraag, of op grond van afd. 6.3.2 en 6.3.3 BW ter zake van één gebeurtenis tegelijkertijd meerdere personen kwalitatief aansprakelijk (kunnen) zijn, als ‘samenloopprobleem’ te zien.4
Uitgangspunt bij samenloop is dat alle in aanmerking komende rechtsregels tegelijk toepassing vinden (cumulatie).5 De gedachte hierachter is dat iedere rechtsregel zoveel mogelijk tot zijn recht dient te komen.6 Ingeval toepassing van de verschillende normen echter zou leiden tot een resultaat dat in strijd is met het systeem of de strekking van de wet dan wel vanuit praktisch of logisch oogpunt onaanvaardbaar is, heeft de gerechtigde de keuze welke rechtsgevolgen hij wenst in te roepen (alternativiteit).7 Pas indien zowel cumulatie als alternativiteit in strijd zou komen met het systeem of strekking van de wet dan wel tot onaanvaardbare gevolgen zou leiden, wordt aangenomen dat slechts een van de meerdere in aanmerking komende normen kan worden toegepast (exclusiviteit).8 In de woorden van de Hoge Raad:
‘Uitgangspunt bij samenloop van meer op zichzelf toepasselijke rechtsgronden voor een door eiser gesteld vorderingsrecht is dat deze cumulatief van toepassing zijn, met dien verstande dat, indien die rechtsgronden tot verschillende rechtsgevolgen leiden welke niet tegelijkertijd kunnen intreden, eiser daaruit naar eigen inzicht een keuze mag maken. Dit uitgangspunt lijdt slechts uitzondering indien de wet dat voorschrijft of onvermijdelijk meebrengt.’9
Ter beantwoording van een samenloopvraag in het concrete geval spelen een rol de tekst van de wet, de bedoeling van de wetgever, de systematiek van het geheel van wettelijke regelingen, alsmede overwegingen met betrekking tot maatschappelijke gevolgen die van cumulatie, alternativiteit dan wel exclusiviteit zijn te verwachten.10 Op wie rust in de voorkomende gevallen van ‘samenloop’ op het gebied van de aansprakelijkheid voor zaken binnen afd. 6.3.2 en 6.3.3 BW nu wel en op wie juist niet een kwalitatieve aansprakelijkheid? Deze vraag wordt in het navolgende uitgewerkt.