Zoeken naar zekerheid
Einde inhoudsopgave
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/1.3:1.3 Opzet en methodologie van het boek
Zoeken naar zekerheid (SteR nr. 46) 2019/1.3
1.3 Opzet en methodologie van het boek
Documentgegevens:
R.W.J. Severijns, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
R.W.J. Severijns
- JCDI
JCDI:ADS180207:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het onderzoek is kwalitatief van aard. Centraal staat waarneming in de diepte en niet in de breedte. De kern van het boek wordt gevormd door een beschrijving van de wijze waarop hoor- en beslismedewerkers handelen om de feiten vast te stellen en welke rechtvaardigingen zij geven voor hun handelen. Dit beschrijf ik in de hoofdstukken 5 en 6. Ik kan op basis van deze methode geen kwantitatieve uitspraken doen over de vraag hoe vaak bepaald gedrag en bepaalde rechtvaardigingen voor dat gedrag binnen de IND voorkomen. Het doel van dit onderzoek is juist om de diversiteit aan gedrag en rechtvaardigingen daarvoor uitputtend te beschrijven.
De onderzoeksresultaten zijn gebaseerd op semigestructureerde diepte-interviews met zesendertig hoor- en beslismedewerkers van de IND en twee voormalig medewerkers van de IND. In de volgende paragraaf ga ik nader in op de wijze waarop ik hen heb geselecteerd. Hoe hoor- en beslismedewerkers werken, valt niet los te zien van de context waarbinnen zij werken. Daarom beschrijf ik in hoofdstuk 2 allereerst welke verwachtingen over de wijze waarop IND-medewerkers omgaan, kunnen worden ontleend aan de rechtssociologische theorie over het functioneren van bureaucratieën en de wijze waarop individuele bureaucraten omgaan met de ruimte waarover zij beschikken. Vervolgens beschrijf ik in hoofdstuk 3 de procedurele en organisatorische contexten waarbinnen IND-medewerkers hun werk doen. In hoofdstuk 4 geef ik het juridische kader. Daarin geef ik een positiefrechtelijke beschrijving van de belangrijkste normen uit het bestuursrecht en asielrecht waaraan de hoor- en beslismedewerkers zijn gebonden bij het vaststellen van de feiten. Het is niet mijn bedoeling om in dit hoofdstuk een uitputtende beschrijving van het juridisch kader te bieden, maar om de lezer voldoende houvast te geven om de handelingen van de medewerkers van de IND in hun juridische context te kunnen plaatsen In hoofdstuk 7 bespreek ik de belangrijkste bevindingen en conclusies.
Ik kies in dit onderzoek voor het perspectief van de IND-medewerkers. Dit wordt ook wel het inner perspective, of emic perspective genoemd.1 Dit type onderzoek wordt ook getypeerd als thick description. Door veel van de bevindingen te beschrijven en voorbeelden te noemen neem ik de lezer mee in de argumentatie en de analyse.2 De interviewresultaten moeten worden gezien als beleving door de actoren, de IND-medewerkers, niet als feiten.
Het type onderzoek wordt ook wel intensief onderzoek genoemd. Intensief onderzoek is volgens Harré en De Waele geschikt om de betekenis van handelingspatronen vanuit het perspectief van de individuele actor te onderzoeken.3 Ik beschrijf in dit boek de feitenvaststelling in asielprocedures als resultaat van het handelen van hoor- en beslismedewerkers. De toepasselijke regels op het proces van feitenvaststelling zijn het uitgangspunt voor de IND-medewerkers, maar het gaat mij om de vraag hoe ze in de praktijk met die regels omgaan. Feiten beschouw ik in dit onderzoek als sociale constructies, die in de asielprocedure door hoor- en beslismedewerkers in samenwerking met de asielzoeker worden geproduceerd. Op basis van gedetailleerde waarneming van de te onderzoeken sociale verschijnselen (de handelingen van IND-medewerkers) en hun verklaringen voor hun handelen probeer ik een zo compleet en gedetailleerd mogelijk beeld daarvan te presenteren.4
Het gevolg van het door mij gekozen perspectief is dat ik het perspectief van andere belangrijke actoren binnen het proces van feitenvaststelling in de bestuurlijke fase, zoals dat van de asielzoeker, zijn advocaat of rechtshulpverlener en de tolk, buiten beschouwing laat. Ook blijven belangrijke actoren die werkzaam zijn binnen de IND buiten beschouwing, zoals de managers van de hoor- en beslismedewerkers en de procesvertegenwoordigers. Deze actoren komen in dit onderzoek slechts voor in relatie tot de wijze waarop IND-medewerkers over hen praten, of gebruiken ter rechtvaardiging voor hun handelen.