Einde inhoudsopgave
Vijandige overnames (IVOR nr. 79) 2010/5.2.1
5.2.1 Inleiding
mr. M.J. van Ginneken, datum 23-11-2010
- Datum
23-11-2010
- Auteur
mr. M.J. van Ginneken
- JCDI
JCDI:ADS614106:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
De Williams Act voegde § 13(d)-(e) en § 14(d)-(f) toe aan de Exchange Act. De Williams Act is sinds een aantal wijzigingen in 1970 niet meer substantieel is gewijzigd. Zie Gilson & Bleck (1995), p. 897.
Bainbridge (2003a), p. 280.
Zie over de Williams Act o.a. Bainbridge (2003a), p. 227-310, Berman (1987), Camey (2000), p. 816-964, Choper, Coffee & Gilson (2004), p. 1111-1123, Davidoff (2006), Eisenberg (2005), p. 1116-1124 en Gilson & Black (1995), p. 896-1008 en, in het bijzonder over de regulering van grensoverschrijdende ovemamebiedingen Basnage, Curtin & Rubin (2006). Voor dit stuk is grotendeels uit deze stukken geput. Zie ook Raaijmakers & Van der Schee (2008), p. 1138-1140 en Nederveen (2006), p. 114-117.
De onderhandse aankoop van aandelen en openbare biedingen worden in de Verenigde Staten sinds 1968 gereguleerd door de Exchange Act. Vóór die tijd was er op dit terrein geen wet- of regelgeving, noch op het niveau van de staten, noch op federaal niveau. In 1968 werd de Williams Act ingevoerd. Deze wet introduceerde een aantal bepalingen in de Exchange Act (§ 13(d), 14(d) en 14(e)), waarmee regels voor onderhandse aankopen en openbare biedingen (tender offers) in de federale effectenwetgeving werden opgenomen.1 De Williams Act was een reactie op de opkomst gedurende het begin van de jaren '60 van het gebruik van openbare biedingen in contanten (cash tender offers) om beursvennootschappen over te nemen. Voor die tijd werden overnames vooral gefinancierd met aandelen. Door het gebruik van contanten kwam een hiaat in de federale effectenwetgeving aan het licht. Openbare biedingen waarbij de aandeelhouders van de doelvennootschap in ruil voor hun aandelen aandelen in de bieder kregen — zogenoemde exchange offers — waren doorgaans onderworpen aan de openbaarmakings- en anti-frauderegels van de Securities Act. Dit vanwege het feit dat de bieder hiervoor meestal nieuwe aandelen moest uitgeven. De Securities Act was niet van toepassing als het bod in contanten luidde. Corporate raiders maakten hier handig gebruik van. Bij biedingen in contanten was er geen enkele verplichting om informatie openbaar te maken. Men kon dus volledig in het geheim opereren en grote pakketten aandelen verwerven zonder dat iemand het in de gaten had. Verder bestonden geen specifieke regels tegen het gebruik van bepaalde manipulatieve praktijken en het verschaffen van onjuiste of misleidende informatie. Dit betekende dat aandeelhouders vaak onvolledig en onjuist werden geïnformeerd. Er waren ook geen wettelijke termijnen. Aandeelhouders konden worden gedwongen om binnen hele korte termijnen te beslissen of zij het bod al dan niet wilden accepteren (zogenoemde Saturday Night Specials, zie hierna). Op deze wijze kon worden voorkomen dat de doelvennootschap haar visie op het bod kon presenteren of dat andere belangstellende partijen concurrerende biedingen konden uitbrengen. Hierbij moet worden opgemerkt dat er ook voor doelvennootschappen geen regels golden. Als een vennootschap in de gaten kreeg dat een overnamepoging op handen was, was er niets dat belette dat ook zij zich bediende van allerlei misleidende informatie of andere praktijken, teneinde de overname te verhinderen. Het doel van de Williams Act was om aan deze situatie, waarin partijen zonder enige vorm van regulering konden doen wat zij wilden, een einde te maken.
De Williams Act vloeit voort uit een initiatief van Senator Harry Williams uit New Jersey. Doel van zijn wetsvoorstel was, in zijn woorden, het beschermen van proud old companies tegen vijandige overnames van corporate raiders. Deze overnames beschouwde hij als een vorm van industrial sabotage.2 De Williams Act creëerde een raamwerk van transparantie- en anti-fraude bepalingen dat zich richtte op het beschermen van de aandeelhouders van de doelvennootschap door hen volledige en accurate informatie te verschaffen over alle potentiële changes in corporate control. Senator Williams stelde in het debat over het wetsvoorstel dat de bepalingen waren ontworpen om het element van geheimzinnigheid bij overnames weg te nemen. Verder garandeerde de wet dat aandeelhouders voldoende tijd kregen om alle informatie te evalueren zodat zij zonder onevenredige druk een goed geïnformeerde beslissing konden nemen. De wet beoogde neutraal te zijn. Geen van de bij een vijandige overname betrokken partijen werd bevoordeeld. De Williams Act diende ervoor te zorgen dat alle partijen, zowel de bieder als de doelvennootschap, gelijke mogelijkheden kregen om hun zaak te bepleiten, waarna het aan aandeelhouders was om, goed geïnformeerd, te beslissen.
Zoals met alle federale effectenwetgeving het geval is, spelen de regels die de SEC ter uitvoering van de Williams Act heeft uitgevaardigd een belangrijke rol. Deze regels creëren een gedetailleerd raamwerk van regelgeving voor zowel de onderhandse aankoop van aandelen als voor openbare biedingen.3