Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/1.3.2
1.3.2 Methodologische verantwoording
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285206:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
In zijn dissertatie concludeert Tijssen dat in juridisch onderzoek het (tot dan toe) niet gebruikelijk is om iedere keuze voor de bronnen en methoden expliciet te verantwoorden (Tijssen 2009, blz. 183). In vergelijkbare zin: R.A.J. van Gestel, Revitalisering van juridisch-dogmatisch onderzoek: Expliciteren van het impliciete, NJB 2021/21, par. 3.
Vergelijk: de definitie van het begrip ‘werkzaamheid’ uit de Wet IB 2001 dat inmiddels vier artikelen beslaat (art. 3.91, art. 3.92, art. 3.92a en art. 3.92b Wet IB 2001).
Zie uitgebreider over de relevantie én de (on)bruikbaarheid van de parlementaire geschiedenis: R.H. Happé, De beroepshouding van de inspecteur: een magistratelijk perspectief, WFR 2007/1076, A.O. Lubbers en L.M.J. Sangster, Het gebruik en de bruikbaarheid van parlementaire geschiedenis bij wetsuitleg, WFR 2012/1521 en Marres 2013.
De historische interpretatie: interpretatie naar wat de geschiedenis der totstandkoming van de wet omtrent de bedoeling van de wetgever leert (dit kan nog worden onderverdeeld in wetshistorie en rechtshistorie) en de teleologische interpretatie: interpretatie met behulp van de strekking van de wet, veelal bepaald aan de hand van de wetshistorie. Zie uitgebreider: Vakstudie Algemeen Deel, art. 17 Wet ARB, aant. 5, wetsinterpretatie door de belastingrechter (online, geraadpleegd op 12 november 2017).
O.a.: bibliotheekdienst van de Belastingdienst in Amsterdam, het Belasting & Douanemuseum in Rotterdam, de Nationale Bibliotheek in Den Haag, het Nationaal Archief in Den Haag, het kenniscentrum van het Nationaal Militair Museum in Soesterberg en de bibliotheek van het IBFD in Amsterdam.
Vergelijk: Van Dijck e.a. 2018, blz. 81, nr. 144 en blz. 84, nr. 150.
Vergelijk: Gribnau 2006, blz. 32, J.B.M. Vranken, Nieuwe richtingen in de rechtswetenschap, WPNR 2010/6840, Vranken 2010, blz. 451, Smits 2016, blz. 29 en R.A.J. van Gestel, Revitalisering van juridisch-dogmatisch onderzoek: Expliciteren van het impliciete, NJB 2021/21.
Gribnau heeft het treffend omschreven: “Met name in de dogmatiek wordt het belastingrecht onderzocht als een logisch consistent systeem van begrippen, regels en beginselen. Door deze bestudering en analyse van het positieve belastingrecht kunnen strijdigheden met de eenheid of de logische consistentie van het systeem worden opgespoord (…). De wetenschapper kan dan voorstellen tot verbetering doen waardoor de systematische eenheid en samenhang hersteld kunnen worden” (Gribnau 2006, blz. 32).
Voor deze studie zijn meerdere onderzoeksmethoden gehanteerd.1 In Deel I van deze studie (Hoofdstuk 2 tot en met Hoofdstuk 5) ligt het zwaartepunt op het literatuuronderzoek om te komen tot een systematische beschrijving van het positieve recht. Het uitgangspunt is de grammaticale interpretatie van art. 67 AWR.2 Uit deze studie blijkt echter dat de huidige wettekst niet altijd duidelijk is. Over het begrip ‘een ieder’ is weliswaar weinig discussie, maar het begrip ‘werkzaamheid’ is al veel lastiger te interpreteren.3 Om nog maar te zwijgen over het begrip ‘werkzaamheid’ in de context van ‘werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet’. De parlementaire geschiedenis zou dan uitkomst kunnen bieden.4 Zij kan bruikbare aanknopingspunten geven voor de wil van de wetgever (historische interpretatie) of voor doel en strekking van de regeling (teleologische interpretatie).5 De parlementaire geschiedenis en het commentaar in de literatuur met betrekking tot de geheimhoudingsbepaling bij de invoering van de AWR in 1961 zijn echter zeer summier. Zakelijk weergegeven is niet meer gesteld dan dat art. 67 AWR diende ter vervanging van een aantal gelijksoortige bepalingen, voorkomende in diverse belastingregelingen. Voor een goed begrip van de huidige geheimhoudingsbepaling is het derhalve van belang om ook onderzoek te doen naar de geheimhoudingsbepalingen in het pre-AWR-tijdperk. Dit wets- en rechtshistorisch onderzoek aan de hand van de parlementaire geschiedenis, jurisprudentie, beleid en literatuur plaatst het huidige art. 67 AWR in zijn historische context en biedt waardevolle aanknopingspunten voor een beoordeling van de bepaling. Bij het verzamelen van het bronnenmateriaal in de parlementaire stukken, vakliteratuur, boeken en jurisprudentie is met specifieke trefwoorden gezocht in diverse digitale databases en in archieven.6 Hierbij is sprake geweest van een sneeuwbaleffect.7 Gezien het hele specifieke, beperkte onderwerp – waarbij veelal een grote overlap bestaat in de aangetroffen bronverwijzingen – bestaat de overtuiging dat voor dit onderzoek de meest relevante en bruikbare bronnen zijn geraadpleegd. Bij de beschouwing van de algemene geheimhoudingsbepaling van art. 2:5 Awb is sprake van een interne rechtsvergelijking waarbij gezocht wordt naar overeenkomsten met c.q. verschillen tussen art. 2:5 Awb en art. 67 AWR.
In Deel II van deze studie (Hoofdstuk 6 tot en met Hoofdstuk 10) voert, gezien de geformuleerde onderzoekvragen, de juridisch-dogmatische onderzoeksmethode de boventoon. Juridisch-dogmatisch onderzoek heeft tot doel een systematische beschrijving en ordening van beginselen, regels en begrippen te geven op een bepaald rechtsgebied of leerstuk, met het oog op het oplossen van onduidelijkheden en leemten in het bestaande recht.8 Het geldende, positieve recht (het huidige art. 67 AWR) is het object van onderzoek.9 Bij het (literatuur)onderzoek in Deel I zijn talloze potentiële knelpunten gesignaleerd. Van een knelpunt is sprake ingeval niet wordt gehandeld conform de huidige norm of als discussie ontstaat over de vraag of die norm moet worden aangepast. Deze knelpunten worden in Deel II aan de hand van het hierna in paragraaf 4 te behandelen beoordelingskader uitgewerkt om te kunnen beoordelen of een aanpassing wenselijk of noodzakelijk is. Met deze methode kunnen nieuwe kennis en inzichten worden toegevoegd aan het leerstuk van de fiscale geheimhouding. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan over mogelijke aanpassingen van art. 67 AWR. Deel III van dit onderzoek (Hoofdstuk 11) wordt gevormd door een afsluitend hoofdstuk waarin een samenvatting en de conclusies zijn opgenomen.