Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.2:2.2 Een zoektocht naar grondslagen: regres in het Romeinse recht
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/2.2
2.2 Een zoektocht naar grondslagen: regres in het Romeinse recht
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS583880:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Mousourakis 2007, p. 1-2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf wordt als eerste ingegaan op de ontwikkeling in het Romeinse recht van het regresrecht bij de borgtocht (§ 2.2.1). Vervolgens wordt de ontwikkeling van het regresrecht besproken bij wat wij nu de hoofdelijke aansprakelijkheid noemen, oftewel de situatie dat schuldenaren zich voor eenzelfde prestatie verbinden (§ 2.2.2). Ter aanduiding van de verschillende perioden in het Romeinse recht wordt het volgende onderscheiden:
de archaïsche periode (753 v. Chr.-250 v. Chr.);
de voorklassieke periode (250 v. Chr.-0);
de klassieke periode (0-250); en
de na-klassieke periode (250-565).
In de na-klassieke periode wordt de regeringstijd van Justinianus (527-565) dikwijls apart benoemd vanwege de bijzondere ontwikkeling die het Romeinse recht onder zijn bewind doormaakt.1
2.2.1 Borgtocht en het regresrecht2.2.2 Hoofdelijkheid en het regresrecht