Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/4.7.1
4.7.1 Staatsinrichting (democratie en organisatie): democratische vorming
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977046:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Circulaire A.V.O. 70-7 van 30 januari 1970; circulaire A.V.O. 70-64 van 20 oktober 1970.
De opkomstplicht bestaat van 1922 tot 1970, voorafgegaan door een stemplicht van 1917-1922; vgl. H Marijnissen, ‘Democratie. Interview met Hans Vollaard: ’Vernieuw het kiesstelsel, voer een opkomstplicht in’, Trouw 19 maart 2018, p. 8.
Ibid., p. 6.
Toebes 1981, p. 345 (Sozialkunde, civics, British Constitution, staatsinrichting).
MO-staatsinrichting omvat (a) inleiding recht, (b) staats- en bestuursrecht, (c) parlementaire geschiedenis en (d) decentralisatie (provincie-, gemeente- en waterschapsrecht).
Zie voor een aanzet: Duyverman 1936, p. 128.
KB van 26 augustus 1970, DGO-1212, Stb. 1970.
Zie: circulaires A.V.O. 70-07 van 30-1-1970 en A.V.O. 70-64 van 20-10-70.
Regeling bewijzen van bekwaamheid O.W.V.O (regeling van 11 februari 1985, CO 1400, bijlage bij Ned. Stcrt.1985, nr. 63, bewijzen van bekwaamheid nr. 1.13 recht als geïntegreerd vak/privaatrecht, indien burgerlijk of handelsrecht deel heeft uitgemaakt van het kandidaats-, doctoraal- of aanvullend examen).
Het initiatiefwetsvoorstel is aangeboden na de Wvo-uitvoeringsbesluiten.1 De noodzaak van maatschappelijke en staatsburgerlijke vorming staat volgens de initiatiefnemers vast: ‘Het afschaffen van de opkomstplicht bij verkiezingen en de verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd tot 18 jaar maken het meer dan noodzakelijk de school te laten informeren over de waarde en de functie van onze democratische instellingen en de bijdrage die iedere burger kan geven’.2 Staatsinrichting heeft een inleidende rol in de rechtsgemeenschap, waarvoor een democratische opvoeding een eerste vereiste vormt. Immers ‘ongeschoolden zijn vatbaarder voor indoctrinatie met antidemocratische ideeën […] en het rechtsonderwijs is vereist ter voorkoming hiervan’.3 Dit is vrijwel een herhaling van het V.O.S.-argument voor staatsinrichting als zelfstandig vak aan de vooravond van de bezetting. Gezegd moet worden dat de initiatiefnemers een vooruitziende blik hebben om door ‘de verwaarlozing van het vak recht door de Wvo’ dit initiatief te nemen. Uit het voorstel blijkt dat ‘maatschappijleer nog niet van de grond is gekomen door het verschil in opvatting van de direct betrokkenen, en ook door het niet vaststellen van passende bevoegdheden’.4 Bij geschiedenis komen historische lijnen van rechtsbegrippen - bijvoorbeeld van de mensenrechten - aan bod.5
MO-Staatsinrichting verbreden met recht en maatschappijleer
De indieners stellen voor om MO-Staatsinrichting te verbreden met (aspecten) van recht en maatschappijleer6 door de latere start van de lerarenopleidingen staatswetenschappen.7 Nu de akte MO-geschiedenis bevoegdheid geeft voor het vak geschiedenis en staatsinrichting zijn er mijns inziens meer ongewenste gevolgen.8 Zo is de sociaal-geograaf met een (afgeleide) bevoegdheid voor geschiedenis bevoegd voor het vak geschiedenis en staatsinrichting.9 De bevoegdheidsverlening leidt tot kennisverwatering bij docenten, wat kwalitatief goed onderwijs in de weg staat. Een ander voorbeeld vormt de niet in het recht geëxamineerde, maar bevoegd verklaarde econoom.10