De rechtspositie van de sollicitant en van de werknemer tijdens de proeftijd
Einde inhoudsopgave
De rechtspositie van de sollicitant en van de werknemer tijdens de proeftijd (MSR nr. 53) 2010/11.3:11.3 Oprekking van de proeftijd
De rechtspositie van de sollicitant en van de werknemer tijdens de proeftijd (MSR nr. 53) 2010/11.3
11.3 Oprekking van de proeftijd
Documentgegevens:
mr. R.F. Kötter, datum 30-09-2010
- Datum
30-09-2010
- Auteur
mr. R.F. Kötter
- JCDI
JCDI:ADS388424:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Wet van 17 december 1953, Stb. 619, Handti. II, 20 februari 1953, p. 2371 r.k. en 2372 1.k.
Zie ook J. Dop en E. Knipschild, 'De proeftijdregeling: de actuele stand van zaken in de jurisprudentie', Praktisch procederen 2002/5, p. 135/136.
LH. van den Heuvel, De Redelijkheidstoetsing van ontslagen, diss. UvA, Deventer: Kluwer 1983, p. 128. Zie ook M.A. Noordhoek, 'Beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór aanvang van de feitelijke werkzaamheden', ArbeidsRecht 1999/5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij de wetswijziging van 19531 werd de proeftijd naar voren opgerekt, door de toen ingevoerde mogelijkheid om de arbeidsovereenkomst reeds voor de feitelijke aanvang van de proeftijd met gebruikmaking van het proeftijdbeding op te zeggen. Hierdoor wordt inbreuk gemaakt op de ijzeren proeftijdtheorie, hetgeen naar mijn mening in strijd komt met de rechtszekerheid. Anderzijds is de mogelijkheid van opzegging van de arbeidsovereenkomst voor de feitelijke aanvang van de proeftijd praktisch gezien wel gewenst, omdat zich bij het ontbreken van deze mogelijkheid de situatie zou voordoen, dat in de periode vanaf de ondertekening van het arbeidscontract tot de aanvang van de werkzaamheden wel de wettelijke opzegverboden en opzegtermijnen van toepassing zouden zijn en na aanvang van de proeftijd niet.2 Door de wetgever werd dit niet gewenst, omdat werkgevers in dat geval met de opzegging van de arbeidsovereenkomst zouden wachten tot na de indiensttreding van de werknemer.3