Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/7.2:7.2 Antwoord op de onderzoeksvraag
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/7.2
7.2 Antwoord op de onderzoeksvraag
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS498077:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 1.6 is de onderzoeksvraag die ten grondslag ligt aan het onderhavige proefschrift geduid. De gestelde vraag is in welke mate de ruimte varieert die de drie gekozen open normen bieden en de mate van rechtsonzekerheid varieert die de open normen mogelijk veroorzaken, tegen de achtergrond van het huurrecht. In de volgende paragrafen wordt antwoord gegeven op die vraag.
De mate van ruimte is niet alleen afhankelijk van de vraag hoeveel ruimte wordt geboden, maar ook hoeveel ruimte wordt genomen c.q. benut. Dat betekent dat de mate waarin de ruimte varieert niet alleen afhankelijk is van de wetgever – oorspronkelijk de rechter (Hartkamp1) of nog oorspronkelijker de samenleving (Bakker2) –, maar ook van de rechter c.q. de partijen in hun positie als normadressaat.
7.2.1 Van welke ruimte voor de rechter en voor de partijen is sprake bij open normen in de huurrechtpraktijk?7.2.2 Hoe variëren de ruimte die de open normen bieden en de mate van rechtsonzekerheid die de open normen mogelijk veroorzaken?7.2.3 Tot besluit