De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.2.3.2:5.2.3.2 De meerderjarige leerling
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.2.3.2
5.2.3.2 De meerderjarige leerling
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949323:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het gezag van de ouders over het kind neemt af als het kind ouder wordt. Het kind kan hoe ouder hij wordt steeds meer eigen keuzes gaan maken en kan steeds meer zijn eigen rechten en vrijheden op de voorgrond zetten.1 Door de afname van het gezag van de ouders als de leerling ouder wordt, kunnen de ouders steeds minder, en uiteindelijk niet langer, hun gezag delegeren aan de school. Het gezag, en in het verlengde daarvan de autonomie van de leraar, berust dan niet langer op de instemming van de ouders, maar op de instemming van de leerling.
Bij een meerderjarige leerling kan immers aangenomen worden dat het volgen van onderwijs in zekere mate vrijwillig is. Dit neemt niet weg dat het onderwijs van groot belang is voor deze leerling. Voor het krijgen van bijvoorbeeld een baan is immers vaak een diploma vereist dat enkel door het volgen van onderwijs behaald kan worden. Ook de meerderjarige leerling is daardoor in zekere zin veroordeeld tot het onderwijs en dus tot de leraar. Van instemming met het gezag en de autonomie van de leraar is desalniettemin sprake. De leerling stemt immers in met het volgen van onderwijs. Daarmee onderwerpt hij zich vrijwillig aan het gezag van de leraar. Dit is niet strijdig met de doelen van de leerling en verenigbaar met zijn eigen belang, tevens is hij fysiek en mentaal in staat om zich aan dit gezag te onderwerpen. De leerling kan immers zelfstandig bepalen welk onderwijs hij wenst te volgen.
Het gezag van de leraar wordt tevens gelegitimeerd doordat de meerderjarige leerling bewust kiest voor een bepaalde opleiding die aansluit bij zijn doelen of interesses. In de woorden van Pace en Hemmings kiest de leerling dan ook voor een bepaalde opleiding en leraar met een gedeelde morele orde van gedeelde doelen, waarden en normen.2 Dat de leraar met pedagogische autonomie gezag uitoefent over de meerderjarige leerling is minder problematisch dan bij de minderjarige leerling. De meerderjarige leerling heeft immers zelf zijn opleiding kunnen kiezen en zelf kunnen instemmen met het volgen van dit onderwijs, wetende dat de leraar een zekere mate van autonomie heeft om het onderwijs vorm te geven en om zijn onderwijsprestaties te beoordelen. Net als bij de minderjarige leerling gaat het gezag van de leraar over een meerderjarige leerling gepaard met een zorgplicht. Hij hoeft niet meer zorg te betrachten dan een gemiddelde leerling, maar hij dient meer zorg te betrachten als het een situatie betreft waarbij hij zijn specifieke pedagogische kennis en ervaring moet toepassen.3