Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.2.3.1
5.2.3.1 De minderjarige leerling en zijn ouders
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949531:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 1:247 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 1:47, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek.
Zoontjens 2023, p. 125.
Zoontjens 2023, p. 90.
P.J.J. Zoontjens, ‘In loco parentis, De opkomst van het belang van het kind in het onderwijs’, in: V. Smits, R. De Jong en A. V.d. Linden, (red.), In verbondenheid. Opstellen aangeboden aan prof. Mr. Paul Vlaardingerbroek ter gelegenheid van zijn emeritaat, Deventer: Wolter Kluwer 2017, p. 279-295.
Paijmans 2013, p. 112.
Pace en Hemmings 2006, p. 3.
Paijmans 2013, p. 112.
Paijmans 2013, p. 117.
Paijmans 2013, p. 131.
Paijmans 2013, p. 433.
Paijmans 2013, p. 131.
In het geval van een minderjarige leerling oefent niet enkel de leraar, maar oefenen ook de ouders gezag uit over het kind. De ouders zijn de primaire dragers van het (ouderlijk) gezag over het minderjarige kind.1 Dit gezag oefenen zij uit in het belang van het kind. Dit houdt onder andere in dat het aan de ouder is om het kind te verzorgen, op te voeden en de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind te bevorderen.2 Binnen deze kaders hebben de ouders autonomie om de opvoeding van het eigen kind vorm te geven.
Deze autonomie van de ouders over het kind wordt deels doorbroken doordat de ouders, door de leerplicht, verplicht zijn om het kind op een school in te schrijven en zorg te dragen dat het kind het onderwijs op deze school ook volgt.3 Door invoering van de leerplicht zijn de ouders gedwongen om een deel van de opvoeding van hun kind uit te besteden aan de leraar.4 De leraar treedt in het onderwijs en in de opvoeding van de leerling dan ook deels op in de plaats van de ouders van de leerling. De ouders behouden desalniettemin een zekere mate van autonomie over het onderwijs van hun kind. Zij kunnen immers, als gevolg van de vrijheid van onderwijs, zelf bepalen naar welke school het kind gaat. Desnoods kunnen zij zelfs een eigen school stichten of in een uitzonderlijk geval het kind thuisonderwijs geven.5 Via de keuze voor een bepaalde school en de inschrijving van het kind bij deze school stemmen de ouders in met het gezag van de leraar over het kind.
Het gezag van de leraar over de leerling kan benaderd worden vanuit het Angelsaksische beginsel van in loco parentis. Hieruit wordt afgeleid dat het gezag van de leraar wordt ontleend aan het gezag van de ouders van de leerling.6 Het principe van in loco parentis wordt in Angelsaksische landen voornamelijk gebruikt om het gezag van de leraar over zijn leerlingen te rechtvaardigen.7 In loco parentis werd bijvoorbeeld gebruikt voor het aannemen van een bevoegdheid van de leraar om disciplinaire sancties aan leerlingen op te leggen. Pace ziet in loco parentis als een vorm van traditioneel gezag.8 In de Nederlandse literatuur en jurisprudentie wordt in loco parentis als rechtsbeginsel niet erkend.9 Wel kan hiermee de zorgplicht die op de school en de leraar rust ten opzichte van de leerling nader worden ingevuld.10 Deze zorgplicht reikt volgens Paijmans in beginsel niet verder dan de mate van zorg die ouders betrachten. De verantwoordelijkheid van de leraar over zijn leerling is immers een afgeleide van de verantwoordelijkheid van de ouders over hun kind. Er zijn echter ook gevallen waarbij van de school meer verwacht mag worden dan van een redelijke ouder. Daar is sprake van in die gevallen waar specifieke kennis en kunde van de school en leraar verwacht mag worden.11 Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het de kwaliteit van het onderwijs betreft.12
Samenvattend kan dan ook vastgesteld worden dat het gezag van de leraar mede is gebaseerd op de instemming van de ouders. De ouders kunnen, op grond van de vrijheid van onderwijs, immers een school kiezen of stichten die past bij hun overtuiging. Het gezag van de leraar is daardoor mede gebaseerd op de instemming van de ouders op de inschrijving van hun kind op een school die dezelfde morele orde deelt als de ouders. Binnen deze school heeft de leraar, binnen de kaders van regels en beleid van de school en wetgeving, autonomie om het onderwijs en de opvoeding van het kind vorm te geven. Het gezag van de leraar gaat gepaard met een zorgplicht. De leraar hoeft in principe niet meer zorg te betrachten dan een gemiddelde ouder, wel moet hij meer zorg betrachten als het een situatie betreft waarbij hij zijn specifieke pedagogische kennis en ervaring dient toe te passen.13