Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.8.1:7.8.1 Inleidende opmerkingen
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/7.8.1
7.8.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS297986:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Verdedigd is dat het gebruiksbegrip van art. 6:181 wordt ingevuld aan de hand van zeggenschap: ‘gebruiker’ van de in art. 6:173, 174, 175 en 179 bedoelde zaken is degene met (de grootste mate van) zeggenschap over het schadeveroorzakende element waartegen de betreffende kwalitatieve aansprakelijkheid beoogt te beschermen. Vervolgens is de toepassing van deze algemene maatstaf geïllustreerd aan de hand van een afzonderlijke bespreking van de verschillende door art. 6:181 bestreken ‘bronnen van verhoogd gevaar’. In deze paragraaf wordt de gegeven maatstaf nader geïllustreerd door een toepassing op gevallen die in de literatuur en rechtspraak in relatie tot art. 6:181 wel als grensgevallen zijn bestempeld. Het gaat met name om de ingehuurde chauffeur die de auto van de directeur van een multinational bestuurt, de reparateur die een proefrit met een auto maakt, de monteur die een hijskraan een onderhoudsbeurt geeft, de behandelend dierenarts, de hoefsmid die een paard beslaat en de medewerker van de dierenambulance die zich ontfermt over een dier.1 In de meeste gevallen gaat het om situaties waarin andermans roerende zaak of dier zich tijdelijk in handen van een ‘professional’ bevindt. De vraag is dan of deze laatste kwalificeert als bedrijfsmatige ‘gebruiker’ van de zaak als bedoeld in art. 6:181, dan wel dat de aansprakelijkheid ex art. 6:173 en 179 rust op de bezitter.
Tot dusver heb ik betoogd dat de professional die feitelijk handelt met een roerende zaak (art. 6:173), wordt geacht het risico van aansprakelijkheid voor schade door (verborgen) gebreken te hebben aanvaard en derhalve ‘gebruiker’ van de zaak in de zin van art. 6:181 is. Gaat het om dieren (art. 6:179), dan kwalificeert niet enkel de professional die daar feitelijk mee handelt als bedrijfsmatige ‘gebruiker’ ex art. 6:181, maar mijns inziens ook degene die een dier (enkel) onder zich houdt. Niettemin zijn er gevallen denkbaar waarin het toch niet aangewezen is om degene die feitelijk handelt met een roerende zaak of degene die een dier onder zich houdt, ook als de daarvoor ex art. 6:181 jo. 173 en 179 ‘verantwoordelijke’ aan te merken. Ik breng hierbij in herinnering dat de beantwoording van de vraag of iemand als ‘gebruiker’ in de zin van art. 6:181 valt aan te merken mede relatief van aard is: het gaat erom wie van de potentieel aansprakelijken (bezitter, gebruiker, bewaarder, reparateur, etcetera) ten opzichte van de ander(en) kan worden geacht in de beste positie te verkeren invloed op de risico’s uit te oefenen.2 Degene die maar beperkt ‘bemoeienis’ met een bepaalde zaak heeft, heeft vaak ook maar beperkte mogelijkheden invloed op de aan die zaak verbonden risico’s uit te oefenen. De ‘zeggenschap’ is in tijd, ruimte en/of zelfstandigheid begrensd of maar gering, terwijl soms ook nog een zekere afstand tot (de risico’s verbonden aan) de zaak bestaat vanwege een gebrek aan deskundigheid en/of vaardigheden. In plaats van de ‘toevallige’ gebruiker is er niet zelden een ander met een meer ‘sprekende’ band met de zaak, veelal degene in wiens ‘organisatie’ de zaak is ingebed. In dergelijke gevallen behoort niet de ‘vluchtige passant’ die (de organisatie van) een ander als ‘gast’ tegemoet treedt kwalitatief aansprakelijk te zijn, maar degene die zijn veronderstelde zorgplicht voor de zaak uit hoofde van een meer bestendige band met die zaak ook kan waarmaken. Naast de in de literatuur en rechtspraak in relatie tot art. 6:181 reeds als ‘lastig’ bestempelde gevallen, stel ik in het navolgende nog een aantal door mijzelf opgevoerde casusposities aan de orde. Alle toelichtende voorbeelden laat ik als het ware op een glijdende schaal de revue passeren, oplo- pend van naar mijn idee in beginsel onvoldoende ‘zeggenschap’ voor de toepassing van art. 6:181 naar in beginsel voldoende ‘zeggenschap’ daartoe.