Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.1:2.1 Inleiding
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685453:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zoals in het inleidende hoofdstuk aangestipt, kan een schending van gerechtvaardigd vertrouwen zowel in een bestuursrechtelijke als civielrechtelijke rechtsgang worden beoordeeld.1 Tussen die rechtsgangen bestaan verschillen. Te wijzen valt op het soort handeling dat de burger bij de rechter ter discussie kan stellen en de uitspraakbevoegdheden van de rechters. Wat beide rechters moeten doen is vaststellen of sprake is van een schending van door de overheid gewekt gerechtvaardigd vertrouwen, en zo ja, wat daarvan de juridische gevolgen zijn. In het bestuursrecht bestaat die vertrouwensschending uit een besluit dat niet overeenstemt met eerder gewekt vertrouwen. In het klassieke geval heeft een bestuursorgaan aan een burger een bepaalde vergunning beloofd of via inlichtingen voorgespiegeld, maar wijst het vervolgens de daaropvolgende aanvraag van de vergunning af. Die burger zal de uitkomst van de voor hem nadelige besluitvorming dan in bezwaar en (hoger) beroep willen aantasten met een beroep op het vertrouwensbeginsel.
Het vertrouwensbeginsel is ontwikkeld in de bestuursrechtspraak met haar verschillende (hoogste) bestuursrechters. Hoewel vandaag de dag de bescherming van vertrouwen een vaste plek in het bestuursrecht heeft verworven – met als uniformerend hoogtepunt de Dakterras-uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019 en de sindsdien gewezen rechtspraak2 – is de aanwezigheid van dit algemene beginsel van behoorlijk bestuur pas relatief recent een gegeven. Dit hoofdstuk is bedoeld om de huidige toepassingsvoorwaarden van het vertrouwensbeginsel beter te begrijpen en om de toepassing daarvan door de verschillende bestuursrechters te introduceren. Het geschetste bijzondere karakter van de bestuursrechtspraak geeft tevens inzicht in de grenzen die in het bestuursrecht bestaan voor het beschermen van vertrouwen en laten in combinatie met het volgende hoofdstuk zien hoe de juridische kaders voor vertrouwensbescherming jegens de overheid bij een schending van gerechtvaardigd vertrouwen in het bestuursrecht en het civiele recht van elkaar verschillen.
In dit hoofdstuk beschrijf ik eerst de ontwikkeling van de bestuursrechtspraak (paragraaf 2.2) en de toetsing door de bestuursrechter (paragraaf 2.3). Daarna behandel ik de ontwikkeling van het vertrouwensbeginsel tot algemeen beginsel van behoorlijk bestuur binnen die ontwikkeling van de bestuursrechtspraak (paragraaf 2.4).