Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/7.2.2.7
7.2.2.7 Vormerkung
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS622181:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreider over dit onderwerp: Bartels 1996, p. 123-126 en p. 151-155; Van Velten 2009, p. 154 e.v. met verwijzing naar de daarin genoemde literatuur. In dit verband is ook zeer interessant de rapportage van Molengraaf 2009. In dit rapport komt de regeling van artikel 7:3 BW ook uitgebreid aan bod.
Zie: Kamerstukken /11992/93, 23 095, nr. 3, p. 5: 'Deze keuze heeft ertoe geleid dat de wenselijkheid van een dergelijke figuur ook in ruimer verband onder ogen is gezien. Het belang dat de koper in zijn recht op werkelijke nakoming wordt beschermd, is geen typisch consumentenbelang, zoals dat met het oog waarop de bedenktijd is voorgeschreven. Juist ook in andere gevallen kan grote behoefte bestaan om de koper in zijn belang bij nakoming te beschermen. De mogelijkheid van inschrijving van de koopakte, die thans wordt voorgesteld, is daarom betrokken op alle registergoederen, inclusief te boek staande schepen en luchtvaartuigen en op alle groepen van kopers'.
Deze verbeteringen zien met name op de mogelijkheid om een eigen kadastrale aanduiding aan een net te kunnen toekennen.
Sinds 1 september 2003 is artikel 7:3 BW van kracht, op basis waarvan de koop van een registergoed ingeschreven kan worden in de openbare registers.1 Kort gezegd betekent dit dat ter bescherming van de koper van een registergoed (een uittreksel van) de koopovereenkomst als bijlage bij een notariële verklaring kan worden ingeschreven in de openbare registers. Na inschrijving is de koper voor zes maanden beschermd tegen onder meer een na de inschrijving van die koop tot stand gekomen vervreemding of bezwaring door de verkoper, een onderbewindstelling die na de inschrijving van de koop is tot stand gekomen of een executoriaal of conservatoir beslag waarvan het proces-verbaal na de inschrijving van de koop is ingeschreven (zie verder artikel 7:3, derde lid BW). Hoewel titel 1 van boek 7 BW (beschermings)bepalingen voor consumenten bevat, is artikel 7:3 BW niet alleen beperkt tot consumentenkoop, noch beperkt tot koop van een tot bewoning bestemde onroerende zaak.2 Derhalve is het mogelijk dat bij koop van een net de koopovereenkomst op basis van genoemd artikel door middel van een registerverklaring conform artikel 26 en 37 Kw kan worden ingeschreven. Hierbij kan de vraag gesteld worden of bij de koopovereenkomst een nettekening moet worden gevoegd ter identificatie van het verkochte net. Althans dient de koper eerst, met behulp van een netwerktekening een kadastrale netaanduiding te verkrijgen, voordat hij kan overgaan tot het inschrijven van de koopakte conform artikel 7:3 BW? Verdedigbaar is dat de koper bij inschrijving van de koopovereenkomst gelijk gesteld dient te worden met een beslaglegger (op een net). Een beslaglegger kan beslag leggen op een net door middel van het noemen van tenminste één doorsneden perceel (zie hierna). Ter identificatie van het net zou de koper in ieder geval dus (een of enkele) doorsneden percelen moeten noemen. Wanneer een netwerktekening van de koper bij inschrijving van de koopakte zou worden verlangd, dan zouden aan de koper van een net zwaardere eisen gesteld worden dan aan een beslaglegger (terwijl de strekking van artikel 7:3 BW juist is om de koper te beschermen tegen onder andere beslag). Een ander argument ter onderbouwing dat inschrijving van de koopakte zonder tekening mogelijk zou kunnen zijn, is een meer praktische. Na verkoop van het net zou de verkoper bijvoorbeeld nog enige tijd nodig (willen) hebben om een nettekening te (laten) maken en een kadastrale netaanduiding aan te vragen alvorens de overdracht van het net gerealiseerd kan worden. Voorstelbaar (en verdedigbaar) is dat de koper van het net in de tussentijd de bescherming van artikel 7:3 BW zou willen laten gelden, ook al is een nettekening nog niet beschikbaar.
Kortom, door introductie en verdere verbetering3 van de procedure van inschrijving door middel van een netwerktekening is, behoudens de bevoegdheidsverklaring, overdracht of (eerste) inschrijving van een net een relatief eenvoudige procedure (geworden) die slechts nog op een paar specifieke punten afwijkt van de wijze van inschrijving van andere onroerende zaken/registergoederen.