Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/218
Oordeel dat verdachte opzet had het slachtoffer van het leven te beroven is niet toereikend gemotiveerd.
HR 13-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:41
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Damsteegt
- Zaaknummer
24/00162
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Materieel strafrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:41, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1185, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑11‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑09‑2024
- Wetingang
Essentie
Het oordeel dat ook de verdachte opzet had het slachtoffer van het leven te beroven is niet toereikend gemotiveerd, nu uit de door het hof vastgestelde omstandigheden niet zonder meer kan worden afgeleid dat de verdachte zich bewust was van de aanwezigheid van een mes en van de mogelijkheid dat een van de medeverdachten het slachtoffer daarmee op een kwetsbare plaats zou steken.
Samenvatting
De Hoge Raad herhaalt relevante overwegingen uit HR 2 december 2014, NJ 2015/390, m.nt. P.A.M. Mevis, met betrekking tot medeplegen. Voor bewezenverklaring van medeplegen van een poging tot doodslag geldt dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.