Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/213
Vermogensrecht. Erfrecht. Verjaring; afwerend beroep op verjaring in zin art. 3:51 BW? Zorgverlener geen erfgenaam (art. 4:59 BW); BIG-registratie vereist? Uitzondering zorg door familie (art. 4:60 BW); peilmoment; samenwoner.
HR 16-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:62
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 2026
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/02973
- Conclusie
A-G mr. F. Ibili
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Erfrecht / Testamenten
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Erfrecht / Algemeen
Erfrecht / Bijzondere onderwerpen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:62, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:515, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 09‑05‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 30‑07‑2024
- Wetingang
Samenvatting
De vordering van eiseres in conventie om voor recht te verklaren dat het testament van de erflater van 17 december 2015 zo moet worden uitgelegd dat daarin zowel de kinderen als de partner tezamen en voor gelijke delen tot erfgenamen zijn benoemd, was erop gericht vastgesteld te krijgen dat eiseres als erfgenaam uit het testament voordeel kon trekken. Die vordering moet dan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.