Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/15.2.10.1
15.2.10.1 Inleiding
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS372435:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Eerder werd al overwogen om een vrijstelling te creëren, maar na consultatie is daarvan uiteindelijk afgezien, zie hierover onder meer Hooghoudt 2012, p. 111.
UK: Note 4 bij definitie van acting in concert.
Volgens Hooghoudt 2012, p. 105 e.v. was dit niet nodig omdat in zijn ogen au fond geen biedplicht zou ontstaan bij irrevocables. Minder overtuigd zijn Stevens 2008, p. 189 e.v.; Nieuwe Weme/Van Solinge 2008, p. 69; De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 5:81 Wft, aant. 6.4 en Beckers 2009-1, p. 29-31.
Vgl. De Brauw, Toezicht Financiële Markten (Groene Serie), art. 5:81 Wft, aant. 6.4.
NvT, Stb. 2012/197, p. 9-10. Vgl. ook Gecombineerde Commissie Vennootschapsrecht 2011 – Advies Voorontwerp Vrijstellingsbesluit, p. 4.
NvT, Stb. 2012/197, p. 9.
Zie nader Sersale 2010, p. 194 (Italië) en Peeters 2007, p. 89 (België).
Sinds 1 juli 2012 geldt een vrijstelling voor verkrijging van overwegende zeggenschap als gevolg van zogenaamde irrevocables of irrevocable undertakings.1 Daarbij gaat het om toezeggingen van aandeelhouders van de doelvennootschap aan de bieder inzake het aanbieden van hun aandelen en – meestal ook – inzake de uitoefening van het stemrecht zolang het bod nog niet gestand is gedaan en de bieder de aandelen heeft verworven (§ 9.2.2.4). In de meerderheid van de onderzochte landen leiden irrevocables niet tot een biedplicht, tenzij naast de afspraak om aan te bieden stemafspraken worden gemaakt.2
Omdat volgens de wetgever sprake zou kunnen zijn van een biedplicht indien in irrevocables tevens stemafspraken worden gemaakt, is “[m]ede gelet op de rechtszekerheid en de behoefte vanuit de praktijk” gekozen voor een vrijstelling. Ook in de literatuur werd gesignaleerd dat op dit punt onduidelijk bestond en dat een vrijstelling nodig was.3 Tot op zekere hoogte heeft de vrijstelling dus een verduidelijkend karakter.4
Aangenomen moet overigens worden dat ook in de ogen van de wetgever enkel sprake is van onderling overleg tussen de bieder en de aandeelhouder die een irrevocable tekent; in beginsel zal er geen onderling overleg bestaan tussen de verschillende aandeelhouders onderling (§ 12.2.4.3).
Of daadwerkelijk een biedplicht ontstaat, is steeds afhankelijk van de omstandigheden van het geval.5 Van belang is wel dat de Minister heeft opgemerkt dat het aangaan van een irrevocable zonder stemafspraken in beginsel niet tot een biedplicht leidt6. Onduidelijk is of dat ook geldt voor de in de praktijk veel voorkomende afspraak om niet aan te bieden, bijvoorbeeld in geval van een concurrerend bod (zie nader over deze vorm van “defensief acting in concert” § 8.4.3).7
In het onderstaande analyseer ik eerst de voorwaarden (§ 15.2.10.2) en het toepassingsbereik (§ 15.2.10.3) van deze vrijstelling.