Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.6.1:1.6.1 De onderzoeksvraag
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.6.1
1.6.1 De onderzoeksvraag
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS499918:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De centrale onderzoeksvraag in dit proefschrift ziet op het functioneren van open normen op het terrein van het huurrecht. In het bijzonder ligt de focus op de mogelijke spanning tussen de ruimte die deze normen bieden en de rechtsonzekerheid die daarmee gepaard kan gaan. Daarbij wordt verondersteld dat die ruimte en die eventuele rechtsonzekerheid niet voor elke open norm gelijk is en overigens binnen eenzelfde norm per geval kan verschillen. Dit onderzoek naar de bedoelde ruimte en rechtsonzekerheid impliceert daarom ook een onderzoek naar de variatie ervan. Dat resulteert in de volgende onderzoeksvraag:
In welke mate variëren de ruimte die de open normen bieden en de rechtsonzekerheid die de open normen mogelijk veroorzaken?
Het onderzoek richt zich in het bijzonder op de normen ‘redelijkheid en billijkheid’, ‘goed huurderschap’ en ‘het onredelijk bezwarend beding’ binnen de huurrechtpraktijk.
Ten behoeve van de beantwoording van de onderzoeksvraag wordt onderzocht wat de ruimte is die de wetgever met de voor dit onderzoek gekozen open normen biedt aan de huurrechtpraktijk. Ten behoeve van de huurrechtpraktijk wordt de (in bepaalde mate) variërende ruimte voor de rechter en voor de (proces)partijen onderzocht, evenals de mate van rechtsonzekerheid die open normen kunnen veroorzaken.
Het doel van dit onderzoek is het verschaffen van meer inzicht in de werking van open normen in de rechtspraktijk van het huurrecht door een verkennend onderzoek naar de effecten van drie van deze normen. Die werking wordt onderzocht aan de hand van twee belangrijke en min of meer tegengestelde effecten van open normen: ruimte en onzekerheid. Deze verkenning richt zich op de overwegingen van de wetgever bij het opnemen van open normen in de wetgeving. Ook wordt bezien hoe de rechter in de rechtspraak – weliswaar per geval, maar ook door herhaling en accentuering – een nadere invulling geeft aan die normen. Daarnaast is er aandacht voor het (mogelijke) handelen van (proces)partijen van wie de contractuele relatie mede wordt bepaald door de (interpretatie van) open normen en ten slotte wordt een indruk gegeven van de perceptie die rechters en partijen hebben van de werking van open normen in de huurrechtpraktijk.
Inzicht verschaffen op de vorenbedoelde werking van open normen kan uiteindelijk ook van invloed zijn op die werking. In de eerste plaats zou de opbrengst van deze verkenning kunnen zijn dat rechtsonzekerheid wordt gereduceerd. De opvatting in dit proefschrift is dat een zekere invulling van de open norm, die het gevolg kan zijn van dit verkennende onderzoek, het (positieve) effect van de met de open norm gegeven ruimte niet in de weg hoeft te staan.
Concretisering van de onderzoeksvraag vergt concretisering van de begrippen ‘ruimte’ en ‘rechts(on)zekerheid’ en van wat wordt bedoeld met ‘de mate waarin’. Deze concretisering komt in de beide volgende paragrafen aan de orde.