Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.6.4:1.6.4 Opbouw van dit proefschrift
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/1.6.4
1.6.4 Opbouw van dit proefschrift
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS492610:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het onderzoek naar de ruimte en rechtsonzekerheid wordt eerst de inhoud van de desbetreffende norm geanalyseerd (hoofdstuk 3, paragraaf 2, 3 en 4). Vervolgens wordt gekeken naar de normerende werking ervan op het terrein van het huurrecht (paragraaf 1 van hoofdstuk 4, 5 en 6). De basis voor deze fase wordt gevormd door een wetgevings- en literatuurstudie. De volgende fase richt zich op de belangen en bezwaren die aan open normen in het huurrecht verbonden zijn (hoofdstuk 4, 5 en 6).
Zoals in hoofdstuk 2 nader uiteengezet wordt, zijn de belangen in hoofdzaak geduid in termen van ruimte die de actoren geboden wordt. Het bezwaar dat de actoren (op basis van de verkenning in hoofdstuk 2) verondersteld worden te kunnen hebben is met name dat van rechtsonzekerheid. Deze beide aspecten worden om die reden separaat voor iedere open norm die in dit proefschrift aan bod komt op het gebied van het huurrecht onderzocht.
In paragraaf 4.2, 5.2 en 6.2 is dit terug te vinden onder (a) de rol van de wetgever, (b) de ruimte voor de (proces)partijen, (c) de ruimte die de rechter neemt, (d) mogelijke rechtszekerheidsproblemen en tot slot (e) de afweging van de ruimte versus de rechtsonzekerheid. Deze onderwerpen zullen worden behandeld op basis van literatuurstudie en jurisprudentieanalyse.
In laatste instantie wordt nagegaan (door middel van een enquête) welke oordelen rechters, advocaten en (proces)partijen hebben over de werking van open normen in de praktijk van het huurrecht. Het gaat daarbij niet om een opinieonderzoek naar opvattingen over de vraag of open normen ruimte bieden dan wel rechtsonzekerheid bewerkstelligen. In het algemeen weten we dat dit het geval is: een norm die open is, geeft per definitie meer ruimte dan een gesloten norm, maar de keerzijde van die ruimte is onzekerheid over wat wel en niet binnen het bereik van de open norm valt.
Het gaat hier om de werking van open normen in de praktijk; om de opvatting van actoren uit de rechtspraktijk (rechter, partijen en advocaat), over de betekenis van de open norm in kwestie, over de (frequentie van de) toepassing van de norm en de mogelijke invulling ervan. Hieruit kunnen ook opvattingen over de ruimte en rechtszekerheid van de desbetreffende open norm duidelijk worden, maar komt de betekenis van de open norm in de praktijk in bredere zin in perspectief. Voor het verschaffen van een oordeel over open normen in de praktijk van het huurrecht, volstaat niet te weten of de actoren uit de rechtspraktijk het in algemene zin goed vinden dat een open norm ruimte dan wel onzekerheid biedt. Er is ook gevraagd of deze actoren de open norm van betekenis, hanteerbaar en invulbaar vinden.
De slotbeschouwing wordt weergeven in hoofdstuk 7 en de samenvatting in hoofdstuk 8.