Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/7.4.4
7.4.4 Autonomie van de leraar
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949596:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld de Department of Education (Verenigd Koninkrijk), ‘Teachers’ standards’, 2021, raadpleegbaar via: https://www.gov.uk/government/publications/teachers-standards [geraadpleegd op: 8 december 2023], Education Council New Zealand, ‘Our Code, Our Standards. Code of Professional Responsibility and Standards for the Teaching Profession’, 2019, raadpleegbaar via: https://teachingcouncil.nz/professionalpractice/our-code-our-standards/ [geraadpleegd op: 8 december 2023] en National Board for Professional Teaching Standards (Verenigde Staten), ‘National board standards’, 2012, raadpleegbaar via: https://www.nbpts.org/certification/standards/ [geraadpleegd op: 8 december 2023].
Van Es 1993, p. 14.
De autonomie van de leraar staat nog in de kinderschoenen. Pas sinds 2017 bevatten de sectorwetten – met uitzondering van de Whw – bepalingen over het beroep van leraar, waaruit op hoofdlijnen kan worden opgemaakt over welke zaken de leraar autonomie zou moeten hebben en hoe dit zich verhoudt tot de bevoegdheden van het bevoegd gezag. In deze bepalingen was tot 2022 ook opgenomen dat de professionele standaard van de leraar in acht genomen moet worden bij afspraken tussen het bevoegd gezag en de leraar over de uitoefening van autonomie door de leraar. Een dergelijke eenvormige, geschreven standaard is echter mede door het verdwijnen van de Onderwijscoöperatie nog niet van de grond gekomen, waardoor nu enkel per school in een professioneel statuut afspraken worden gemaakt over de wijze waarop een leraar aanspraak kan maken op autonomie. Gevolg is dat de uitwerking van de autonomie van de leraar kwetsbaar is in individuele situaties waarin het bevoegd gezag niet welwillend is om hier ruimhartig afspraken over te maken of als het merendeel van de leraren van een school hier geen interesse in toont.
Voor de nabije toekomst is het dan ook de vraag hoe de leraar zijn rol binnen de school, en de daarbij horende autonomie, verder kan uitwerken. Ook zonder de wettelijke verankering (sinds 2022) ligt het voor de hand om dit te doen in een geschreven landelijke professionele standaard, gedragen door de beroepsgroep. Daarbij kan worden gekozen voor een algemene standaard voor alle leraren of het stellen van andere/nadere normen per vakgebied of onderwerp.
Een dergelijke standaard bevat de belangrijkste normen waaraan een leraar zich moet houden bij het uitoefenen van zijn vak. Bij het opstellen van die standaard kan geput worden uit bestaande ongeschreven normen waaraan de leraar zich moet houden, maar ook uit de visie die de leraren hebben op het geven van onderwijs en wat nodig is om die visie te verwezenlijken. Ter inspiratie kan tevens gekeken worden naar wat in andere landen is vastgelegd in de professionele standaard van de leraar.1 Om een duidelijker beeld te geven van wat een dergelijke standaard kan inhouden en welk belang dit dient, wordt hierna in hoofdlijnen een voorbeeld professionele standaard geschetst. Bij het daadwerkelijk vaststellen van een dergelijke standaard is van belang dat dit een reflectie vormt van wat de beroepsgroep van leraren verstaat onder de goede uitoefening van het beroep.
Een algemene professionele standaard voor de leraar, kan aanvangen met een preambule waaruit blijkt waar leraren in de kern voor staan. Deze heeft een ideëel karakter, plaatst de daarna volgende normen in hun context en geeft richting voor de interpretatie van die normen. In een preambule kan bijvoorbeeld opgenomen worden dat:
de leraren streven naar het geven van excellent op de leerling toegesneden onderwijs, waarbij aandacht wordt gegeven aan het behalen van de onderwijsdoelen, de diverse behoeften van de verschillende leerlingen en de ontwikkeling van de leerling tot een burger die zich kan ontplooien in de pluriforme democratische Nederlandse rechtsstaat.
Vervolgens kan een aantal kernwaarden worden vastgesteld waar elke leraar naar handelt, zoals:
De leraar stelt het belang van de leerling en zijn leerproces voorop.
De leraar is pedagogisch en op zijn vakgebied deskundig en blijft zich hierin continu ontwikkelen.
De leraar neemt actief deel aan het ontwikkelen van een sfeer binnen de school die bijdraagt aan een positieve en stimulerende leeromgeving.
De leraar werkt samen met zijn collega’s, vraagt zo nodig om hulp en ondersteunt zijn collega’s waar nodig.
De leraar is binnen en buiten de klas een rolmodel voor zijn leerlingen.
Deze kernwaarden zijn erg breed en geven beperkte concrete handvatten voor de praktijk. Daarom is het van belang om deze kernwaarden uit te werken in verschillende standaarden. Bij wijze van voorbeeld wordt de volgende kernwaarde nader ingevuld: De leraar stelt het belang van de leerling en zijn leerproces voorop:
De leraar neemt als uitgangspunt dat elke leerling kan leren en heeft van elke leerling hoge verwachtingen.
De leraar maakt een onderwijsplan op maat, monitort het leerproces van zijn leerlingen en past zijn plan en onderwijs zo nodig aan.
De leraar heeft begrip voor de achtergronden, ervaringen en behoeften van elke leerling en speelt hier met zijn onderwijs op in.
De leraar stimuleert actieve deelname van de leerlingen in de les en beweegt hen verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen leerproces.
De leraar reageert proactief en tijdig wanneer de ontwikkeling van een leerling op een bepaald punt achter blijft.
De verschillende standaarden kunnen vervolgens nader omschreven worden, zodat duidelijker wordt hoe deze in de praktijk toegepast kunnen worden. Een dergelijke professionele standaard met een aantal algemene kernwaarden die zijn geoperationaliseerd in helder omschreven standaarden kan meerdere doelen dienen. Zo is het een reflectie van wat de beroepsgroep van leraren verstaat onder een goede beroepsuitoefening. De individuele leraar kan hier in de praktijk op teruggrijpen bij het invullen van zijn werk. Standaarden over bijvoorbeeld het onderhouden van pedagogische of vakkennis kunnen daarnaast een handvat bieden om met het bevoegd gezag in gesprek te gaan over de benodigde nascholing. Met een professionele standaard is tevens voor anderen transparant vastgelegd wat van de leraar verwacht mag worden. Het bevoegd gezag of de leerling en zijn ouders kunnen aan de hand van deze standaard het gesprek aan gaan over het handelen van de leraar. Zo kan de professionele standaard bijvoorbeeld betrokken worden door het bevoegd gezag bij het gesprek over het functioneren van de leraar en kan de standaard in een uiterst geval als toetsingsmaatstaf van de rechter dienen bij bijvoorbeeld de vraag of de leraar of het bevoegd gezag is tekortgeschoten bij het geven van onderwijs aan een bepaalde leerling.
Met de professionele standaard geeft de beroepsgroep deels invulling aan de autonomie die aan de leraar toekomt. Deze standaard beperkt dan ook de autonomie van de individuele leraar; hij moet zich hier immers aan houden. Deze beperking is evenwel legitiem. De beroepsgroep kiest er immers voor om zich op deze wijze te reguleren.
Aangezien er momenteel (nog) geen landelijke beroepsgroep van leraren is die het opstellen van een professionele standaard op kan pakken, zal een dergelijke standaard waarschijnlijk niet op korte termijn tot stand komen. Het van overheidswege eenzijdig normeren van de beroepsuitoefening van de leraar via wetgeving biedt geen uitkomst, vanwege een gebrek aan draagvlak onder leraren hiervoor (zie de totstandkoming van het lerarenregister, § 3.4). Kwaliteitsstandaarden – opgesteld en onderschreven door vertegenwoordigers van leraren, schoolbesturen en leerlingen – zouden een mogelijk alternatief kunnen zijn; deze kunnen de kwaliteit van het onderwijs in den brede beslaan, waarbij aandacht wordt besteed aan bijvoorbeeld de autonomie van de leraar en de rechten van de leerling.
Anders dan de professionele standaard, zijn de kwaliteitsstandaarden niet voornamelijk gericht op de leraar. Deze standaarden hebben betrekking op zowel schoolbesturen, leraren als leerlingen en kunnen kernwaarden en standaarden bevatten die hen allen raken. Zo kan bijvoorbeeld bepaald worden wat van hen allen verwacht mag worden om te komen tot een sfeer binnen de school die bijdraagt aan een positieve en stimulerende leeromgeving, er zou onder meer bepaald kunnen worden hoe omgesprongen moet worden met mobiele telefoons binnen en buiten de klas en hoe gehandeld moet worden als leerlingen worden gepest. Net als bij een professionele standaard volgt de legitimiteit van kwaliteitsstandaarden uit een breed draagvlak, in dit geval van vertegenwoordigers van leraren, schoolbesturen en leerlingen, maar ook dan kunnen ze de autonomie van de individuele leraar ook beperken. Deze kwaliteitsstandaarden kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van de door Van Es gedroomde school die gezamenlijk wordt gedragen door het bevoegd gezag, de leraar en, wat mij betreft, de leerling. 2