De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board
Einde inhoudsopgave
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/II.4.6:II.4.6 Het Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards
De niet-uitvoerende bestuurder in een one tier board (VDHI nr. 168) 2020/II.4.6
II.4.6 Het Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards
Documentgegevens:
mr. N. Kreileman, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. N. Kreileman
- JCDI
JCDI:ADS242748:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards van 3 augustus 2016, p. 3.
Zie Voorstel voor herziening van 11 februari 2016, p. 25.
Zie Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards van 3 augustus 2016, p. 4.
Zie Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards van 3 augustus 2016, p. 3.
Zie Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards van 3 augustus 2016, p. 4.
Zie Verantwoording van het werk van de Commissie van 8 december 2016, p. 27.
Salemink, MvO 2017, afl. 1-2, p. 15.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat het monistische bestuursmodel vooral bij Nederlandse vennootschappen met een beursnotering in het buitenland in zwang is, constateerde de Monitoring Commissie Corporate Governance Code (hierna: Monitoring Commissie) al in 2016.1 Aangezien de Code uit 2008 naar haar mening onvoldoende was toegeschreven op vennootschappen met een monistisch bestuursmodel, was zij aanvankelijk van plan een aparte Code voor vennootschappen met een one tier board op te stellen.2 Bij nader inzien meende de Monitoring Commissie echter dat de wijze waarop de taakverdeling in de praktijk plaatsvindt per vennootschap verschilt en op onderdelen nog onvoldoende uitgekristalliseerd is om een volledig op de one tier board toegeschreven Code te rechtvaardigen.3
Op 3 augustus 2016 publiceerde de Monitoring Commissie het ‘Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards’.4 Met dit voorstel beoogde zij te verduidelijken hoe de Code door vennootschappen met een one tier board kan worden toegepast. De Monitoring Commissie onderkende dat niet-uitvoerende bestuurders niet op één lijn te stellen zijn met commissarissen. Bij de toepassing van de Code door vennootschappen met een monistische bestuursstructuur kon volgens haar dan ook niet worden volstaan met een taalkundige exercitie waarbij de term ‘raad van commissarissen’ wordt vervangen door ‘niet-uitvoerende bestuurders’ en de term ‘bestuur’ door ‘uitvoerende bestuurders’. Zij stelde voor principe III.8 en best practice bepalingen III.8.1 t/m III.8.4 van de Code uit 2008 aan te passen en uit te breiden. Verder stelde de Monitoring Commissie een guidance op. Deze leidraad moest richting geven aan de wijze waarop de normen in de Code kunnen worden toegepast door vennootschappen met een monistisch bestuursmodel.5
Van het oorspronkelijke voornemen van de Monitoring Commissie kwam weinig terecht. Uit de reacties op het Voorstel toepasbaarheid Code op one tier boards leidde de Monitoring Commissie af dat “de tijd nu nog niet rijp is voor verdere invulling”. Zij besloot daarom nog een stap terug te doen en de voorgestelde best practice bepalingen op sommige punten aan te passen. Daarnaast besloot zij de guidance niet uit te brengen.6
De bepalingen inzake het monistische bestuursmodel zijn uiteindelijk opgenomen in het vijfde hoofdstuk van de herziene Code. Salemink wijst er terecht op dat de wijzingen ten opzichte van de Code uit 2008 relatief beperkt zijn.7 In de volgende hoofdstukken komen principe 5.1 en best practice bepalingen 5.1.1 t/m 5.1.5 van de Code onderwerpsgewijs aan bod.