De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.8:2.8 Conclusie
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.8
2.8 Conclusie
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197709:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aandeelhouders vormen een bijzonder soort stakeholder doordat zij met hun aandeelhoudersrechten vergaande invloed kunnen uitoefenen binnen de vennootschap. Een aandeelhouder wordt ook wel getypeerd als de eigenaar van de vennootschap, als een residual claimant of als een principaal. Hoewel dit niet helemaal zuiver is, onderstreept het wel dat een aandeelhouder een bijzondere positie binnen de vennootschap inneemt.
De zeggenschapsrechten en financiële rechten van aandeelhouders die een rol kunnen spelen bij een preventieve herstructurering zijn in dit hoofdstuk uiteengezet. Bij de uitoefening van zijn rechten mag een aandeelhouder in beginsel zijn eigen belang vooropstellen. Dit kan tot problemen leiden wanneer zijn belang niet samenloopt met de belangen van de vennootschap, medeaandeelhouders of andere stakeholders. Onder omstandigheden mag een aandeelhouder echter niet enkel zijn eigen belang nastreven. Zijn handelen wordt begrensd. Welke belangen hij precies in acht moet nemen, verschilt per onderzocht land. Zo staat in Nederland belangenpluralisme voorop, terwijl in Engeland en bij de Duitse GmbH het belang van aandeelhouders vooropstaat. De belangrijkste omstandigheid ter bepaling welk belang de aandeelhouder heeft te dienen, is in de drie landen dezelfde, namelijk de mate waarin een aandeelhouder invloed kan uitoefenen binnen de vennootschap. De grondslag hiervoor is in Nederland de redelijkheid en billijkheid, in Engeland met name de goede trouw en in Duitsland de Treuepflicht. In de hoofdstukken 4-6 beoordeel ik deze grenzen nader, voor het geval de vennootschap in financiële nood verkeert en een preventieve herstructurering aan de orde is