Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/2.4
2.4 Typen aandeelhouders
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197835:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover uitgebreid Hill 2000, Madsen 2017 en Siems 2017.
Madsen 2017, p. 93.
Siems 2017, p. 77.
Er is hierbij sprake van een glijdende schaal tussen de typen.
Birkmose & Möslein 2017, p. 20-21.
Dit komt uitgebreid aan bod in de volgende hoofdstukken.
Dit blijkt bijv. uit de richtlijn betreffende herstructurering en insolventie en de op basis daarvan in de WHOA geïntroduceerde instemmingsvereisten van de vennootschap, bijv. bij een cross class cramdown (zie verder par. 3.3.8).
Siems 2017, par. 4.03.
Europese Commissie, Green Paper Corporate governance in financial institutions and remuneration policies, COM(2010) 285 final, p. 8-9.
Birkmose & Möslein 2017, p. 22 e.v.
Zie ook par. 2.7.
Zie ook overweging 59 Richtlijn.
Verschillende typen aandeelhouders zijn te onderscheiden.1 Ik noem de voor dit onderzoek belangrijkste typen. Zo is een onderscheid te maken tussen minderheidsaandeelhouders en meerderheidsaandeelhouders of tussen aandeelhouders die invloed kunnen uitoefenen binnen de vennootschap en aandeelhouders zonder invloed.2 In paragraaf 2.7 zet ik uiteen dat een aandeelhouder die invloed kan uitoefenen binnen een vennootschap onder omstandigheden rekening moet houden met belangen van de vennootschap of andere stakeholders. Verder kunnen aandeelhouders verschillende soorten aandelen houden waaraan verschillende financiële of zeggenschapsrechten zijn verbonden. Dit leidt tot verschillende typen aandeelhouders. Voor dit onderzoek zijn met name de prioriteitsaandelen en preferente aandelen van belang. Dit komt verder aan bod in de paragrafen 2.5 en 2.6.
Voorts kunnen de verschillende motieven voor het houden van aandelen tot diverse typen aandeelhouders leiden. Bij kleinere besloten vennootschappen, vooral bij familieondernemingen, is vaak sprake van geconcentreerd aandelenbezit, terwijl grotere vennootschappen een meer versplinterd aandelenbezit kennen.3 Bij grotere vennootschappen is de aandeelhouder vooral als een investeerder te duiden die geïnteresseerd is in financiële aandeelhoudersrechten, terwijl bij kleinere vennootschappen de aandeelhouder als de eigenaar/de ondernemer wordt gezien en de focus ligt op de zeggenschapsrechten.4 Dit onderscheid komt grotendeels overeen met de meest voor de hand liggende motieven die aandeelhouders hebben voor het houden van aandelen: geld verdienen en/of een onderneming voeren.5 Daarnaast zijn tal van andere motieven te noemen waarom iemand aandeelhouder is. Zo kan iemand aandeelhouder zijn van een milieubewuste vennootschap om bij te dragen aan een beter milieu. De uiteenlopende motieven van aandeelhouders zijn niet zozeer van belang bij een preventieve herstructurering. Het gaat juist om de juridische positie van een aandeelhouder – welke juridische rechten heeft een aandeelhouder en wat is de omvang van het aandelenbelang – en de economische positie van de aandeelhouder – is een aandeelhouder out of the money (dat wil zeggen dat hij op basis van zijn rang bij verhaal op het vermogen van de vennootschap niets ontvangt).6 De mate waarin de aandeelhouder betrokken is bij de onderneming kan daarbij van belang zijn.7 Een aandeelhouder kan aandelen houden als een korte- of als langetermijninvestering.8 Aandeelhouders met een wat kortere adem zullen in de regel niet bereid zijn mee te werken aan een preventieve herstructurering, al dan niet in de vorm van het nemen van nieuwe aandelen.9
Tot slot kunnen aandeelhouders in meerdere hoedanigheden betrokken zijn bij de vennootschap.10 Een aandeelhouder kan bijvoorbeeld tevens werknemer, commissaris, oprichter of bestuurder zijn. Hierdoor kunnen conflicterende belangen ontstaan wanneer een vennootschap in financiële nood zit: een aandeelhouder mag in beginsel zijn eigen belang nastreven, terwijl een bestuurder ook de belangen van andere stakeholders in ogenschouw moet nemen.11 Specifiek interessant in het kader van een preventieve herstructureringsprocedure is de door mij zo aangeduide ‘cruciale’ aandeelhouder. Het is een aandeelhouder die noodzakelijk is voor de voortzetting van de (onderneming van de) vennootschap. Dit is een persoon die ook op een andere manier dan louter financiële inbreng aan de vennootschap bijdraagt, bijvoorbeeld iemand die tevens manager of bestuurder is, zoals een directeur-grootaandeelhouder, of een arts die tevens aandelen in de artsenpraktijk houdt. De ervaring, kennis, reputatie of zakelijke contacten van de cruciale aandeelhouder is bijvoorbeeld nodig voor een succesvolle herstructurering.12 Deze cruciale aandeelhouders hebben doorgaans geen prikkel om mee te werken aan een herstructurering wanneer de in paragraaf 3.3.8 te bespreken voorwaarden voor een cross class cramdown (een dwangakkoord opleggen aan een tegenstemmende klasse) van toepassing zouden zijn. Onder de absolute priority rule (APR) mag een aandeelhouder namelijk in beginsel niets ontvangen en geen aandelenbelang behouden, voordat senior klassen volledig zijn voldaan. Dit betekent dat hij doorgaans zijn aandelenbelang kwijtraakt. In de volgende hoofdstukken komt de cruciale aandeelhouder verder aan bod omdat deze, zoals gezegd, een bijzondere positie inneemt in een preventieve herstructureringsprocedure.