Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/1.5.4
1.5.4 ‘Examine or have examined’/‘Interroger ou faire interroger’
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
EHRM 20 november 1989, appl.no. 11454/85 (Kostovski/Nederland), § 41.
Zie daarover uitgebreid § 8.6.4.
Trechsel 2006, p. 291 e.v. spreekt van ‘the right to test witness evidence’. Zie ook EHRM 20 januari 2009, appl.nos. 26766/05 & 22228/06 (Al-Khawaja & Tahery/Verenigd Koninkrijk), § 37, waarin de term ‘untested statement’ is gebruikt.
EHRM 26 maart 1996, appl.no. 20524/92 (Doorson/Nederland), § 74: ‘the Convention does not preclude identification – for the purposes of Article 6 para. 3 (d) – of an accused with his counsel.’
ECRM 10 juli 1985, appl.no. 11219/84 (Kurup/Denemarken).
EHRM 27 mei 2008, appl.no. 28489/04 (Hasan Rüzgar/Turkije), § 50.
Zie bijvoorbeeld EHRM 31 augustus 1999, appl.no. 35253/97 (dec.) (Verdam/Nederland). Zie verder § 2.3 van hoofdstuk 4.
EHRM 20 november 1989, appl.no. 11454/85 (Kostovski/Nederland), § 41.
Examine
De Nederlandse vertaling van artikel 6 lid 3 sub d evrm spreekt van het recht getuigen te ondervragen. Ook in de Franse authentieke tekst wordt de nadruk gelegd op het ondervragen (interroger). De Engelse authentieke tekst spreekt echter van het recht om getuigen te ‘onderzoeken’ (examine). Taalkundig beschouwd zou dat een bredere betekenis kunnen hebben dan alleen ondervraging. Toch lijkt het ehrm die niet voor ogen te hebben. Volgens het arrest Kostovski houden de rechten van de verdediging in dat de verdachte ‘an adequate and proper opportunity to challenge and question a witness against him’ moet krijgen.1 ‘To challenge’ houdt in dat de getuigenverklaring moet kunnen worden betwist. Dat aspect vloeit voort uit het recht op een adversaire procedure.2 Wanneer het wordt weggelaten, blijft de ondervraging van getuigen over als de essentie van het ondervragingsrecht.3
Have examined
De rechten van artikel 6 lid 3evrm zijn verdedigingsrechten en niet alleen rechten van de verdachte. Hoewel als uitgangspunt geldt dat de verdachte zelf in de gelegenheid moet worden gesteld om getuigen te ondervragen, kan het toelaatbaar zijn dat alleen zijn advocaat daartoe de gelegenheid krijgt, bijvoorbeeld omdat het te confronterend wordt geacht voor het slachtoffer om de verdachte zelf te zien. Het ehrm beschouwt de verdachte en zijn advocaat als eenheid.4 De rechten van artikel 6 lid 3 evrm zijn geen rechten van de verdachte alleen, maar rechten van de verdediging.5 Specifiek met betrekking tot het recht getuigen te ondervragen blijkt reeds uit de tekst van artikel 6 lid 3 sub d evrm dat het gaat om het recht getuigen te ondervragen of te doen ondervragen.6 Is alleen een advocaat bij een getuigenverhoor aanwezig geweest, dan kan dit dus toereikend zijn voor het respecteren van het ondervragingsrecht.7
Kwaliteit van ondervraging
Een ondervragingsgelegenheid waarbij de verdediging de betrouwbaarheid van een getuigenverklaring niet werkelijk heeft kunnen onderzoeken, wordt door het ehrm niet als een ondervraging beschouwd. De ondervraging moet van voldoende kwaliteit zijn. In de woorden van het ehrm moet een ‘adequate and proper opportunity’ hebben bestaan om de getuige te ondervragen.8 Op dit criterium zal uitvoerig worden ingegaan in hoofdstuk 4.