Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.3.2.3
9.3.2.3 Artikel 2 Protocol 1 EVRM
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS977164:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vermeulen 1999, p. 105.
Artikel 2 Protocol 1 EVRM, Trb. 1952, 80; zie: B.P. Vermeulen, ‘Right to education (Article 2 of Protocol 1)’, in: P. van Dijk e.a., Theory and practice of the European Convention on human rights, Antwerpen 2006, p. 895-910 en J. Gerards, ’Het recht op onderwijs’, in: Idem (red.), 2013, p. 328. Artikel 2 Protocol 1 EVRM luidt: Niemand mag het recht op onderwijs worden ontzegd. Bij de uitoefening van alle functies die de Staat in verband met de opvoeding en het onderwijs op zich neemt, eerbiedigt de Staat het recht van ouders om zich van die opvoeding en dat onderwijs te verzekeren, die overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen en EHRM (Belgian linguistic case) 23-7-968. Series A vol.5. Zie: Maimonides-arrest: ECLI:22-1-1988, AB1988, 96, NJ 1988, 981.
Noorlander 2005, vol 1, p. 130-131.
HR 22 januari 1988, AB 1988, 96, NJ 1988, 981 (Maimonides); Vermeulen 1999, p. 106-107.
Meest relevant door de eenieder verbindendheid en afdwingbaarheid voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is artikel 2 Protocol 1, eerste volzin, bij het EVRM: ‘Niemand mag het recht op onderwijs worden ontzegd’. Door de negatieve formulering gaat het vooral om het klassieke vrijheidsrecht en niet zozeer om een door de staat te realiseren sociaal grondrecht.1 De Staat eerbiedigt in verband met de opvoeding en het onderwijs het recht van ouders om zich van die opvoeding en dat onderwijs te verzekeren overeenkomstig hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen.2 Die overtuiging moet het waard zijn in een democratische samenleving te worden gerespecteerd.3Artikel 2 Eerste Protocol EVRM geeft ouders tegenover de Staat een fundamentele aanspraak op eerbiediging van hun keuze voor onderwijs van een bepaalde met hun godsdienstige en filosofische overtuiging overeenkomende richting, maar geeft geen recht op het leveren van dat onderwijs jegens een particuliere onderwijsinstelling.4