Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht
Einde inhoudsopgave
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/7.4:7.4 Tot slot
Politiemensen, officieren en rechters over strafrecht (SteR nr. 49) 2020/7.4
7.4 Tot slot
Documentgegevens:
J. Kort, datum 01-03-2020
- Datum
01-03-2020
- Auteur
J. Kort
- JCDI
JCDI:ADS200771:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op basis van de resultaten van dit onderzoek tot nu toe, wordt hier tot besluit van dit hoofdstuk bondig samengevat in hoeverre met de modellen van Packer de beschreven opvattingen begrepen kunnen worden.
In de opvattingen van politiemensen, officieren van justitie en rechters wordt tussen het realiseren van crime control en de inrichting van het strafproces vaak geen direct verband gelegd. Packer veronderstelt dit wel: de spanning tussen zijn crime control en due process modellen wordt deels bepaald door verschillen in inrichting van het strafproces in beide modellen. Het gaat in de met dit onderzoek beschreven opvattingen voornamelijk over de manier waarop het straf(proces)recht in de praktijk functioneert en zou moeten functioneren. Daarbij zijn de beschreven opvattingen niet zo extreem verdeeld als de ideaaltypische modellen van Packer zouden suggereren. Politiemensen die het meest kritisch zijn over het functioneren van het strafrecht, vinden het toch waardevol dat er een rechterlijke beoordeling is (zie hoofdstuk 4). Ook geven de in voorgaande hoofdstukken beschreven kritische opvattingen over ‘doorlooptijden’ aan dat praktische en organisatorische factoren een rol spelen bij de wijze waarop tegen het functioneren van het strafrecht wordt aangekeken.
Zoals op basis van Packers modellen kan worden verwacht, blijken de beschreven opvattingen sterk gerelateerd aan de spanning tussen de rechtsbeschermende en de instrumentele functie van het strafrecht. Vrijwel overeenkomstig Packer zijn in dit onderzoek de begrippen instrumentaliteit en rechtsbescherming gebruikt om de belangrijkste opvattingen over het functioneren van het strafrecht te ordenen. Daartoe is met inachtneming van enkele nuanceringen bovenstaande typologie opgesteld.
Naast instrumentele doelen, zo komt uit dit onderzoek naar voren, zijn ook rechtvaardigheidsgevoelens een belangrijk element van de onderzochte opvattingen over strafrecht. Daarbij valt rechtvaardigheid, niet zoals bij Packer samen met instrumentaliteit of procedurele regels. Er is ook zoiets als street justice (Sykes, 1986) of ‘materiële rechtvaardigheid’ (De Groot-van Leeuwen, 1991). Zodoende dient een theoretisch model waarin binnen strafrechtelijke instituties levende opvattingen over het strafrecht vervat kunnen worden ook in te gaan op (de spanning tussen) de verschillende middelen of doelen van de strafrechtspleging. Daarbij gaat het, Griffiths (1970) had dit al opgemerkt (zie hoofdstuk 2), niet alleen om repressie of een ‘harde aanpak’ zoals bij Packer, maar ook om ‘positieve gedragsbeïnvloeding’.