Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/6.2.1:6.2.1 Inleiding
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/6.2.1
6.2.1 Inleiding
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418604:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. EHRM 3 juli 2003, nr. 38746/97 (Buffalo/Italië), FED 2004/447 (m.nt. Thomas).
Deze paragraaf is mede gebaseerd op Schuver-Bravenboer 2007b.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het eigendomsrecht is opgenomen in art. 1 EP EVRM. De Nederlandse vertaling van deze bepaling luidt als volgt:
‘Iedere natuurlijke of rechtspersoon heeft recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. (MSB: genotsregel)
Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht. (MSB: ontnemingsregel)
De voorgaande bepalingen tasten echter op geen enkele wijze het recht aan, dat een Staat heeft om die wetten toe te passen, die hij noodzakelijk oordeelt om het gebruik van eigendom te reguleren in overeenstemming met het algemeen belang of om de betaling van belastingen of andere heffingen of boeten te verzekeren. (MSB: reguleringsregel)’
Hoewel het EVRM een mensenrechtenverdrag betreft, is art. 1 EP zowel van toepassing op natuurlijke personen als op rechtspersonen.1 Bij de toetsing aan art. 1 EP hanteert het EHRM een vast schema. Volgens dit schema moet eerst worden vastgesteld of sprake is van eigendom (par. 6.2.2). Vervolgens komt aan de orde of er sprake is van inbreuk op dat eigendom en, zo ja, welke vorm van inbreuk aan de orde is (par. 6.2.3). Een inbreuk op eigendom is alleen toegestaan indien daarvoor een rechtvaardiging bestaat. De criteria die een rol spelen bij de rechtvaardigingstoets worden behandeld in par. 6.2.4. In par. 6.2.5 is ten slotte een schematisch overzicht opgenomen van de werking van het eigendomsrecht in overgangssituaties.2