Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.1:8.1 Inleiding
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.1
8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713237:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 1.3.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk staat de betekenis van de hoedanigheid van ondernemer voor de beoordeling en vereisten onrechtmatigheid en toerekenbaarheid centraal. In de vorige hoofdstukken zijn verschillende wijzen van doorwerking gepresenteerd en is een gezichtspuntencatalogus opgesteld aan de hand waarvan een gespecificeerde maatmens-ondernemer kan worden vastgesteld. Dit betekent dat de hoedanigheid van ondernemer als gezichtspunt kan fungeren bij de interpretatie van de vereisten onrechtmatigheid en toerekenbaarheid (paragraaf 8.2). In dit hoofdstuk onderzoek ik wat het effect is van de doorwerking van een gespecificeerde maatmens-ondernemer voor het onrechtmatigheids- en toerekenbaarheidsoordeel. Ik betoog dat in een dergelijk geval de lat voor aansprakelijkheid lager komt te liggen (paragraaf 8.3) en dat de rechtvaardiging hiervoor te vinden is in het ondernemersrisicobeginsel (paragraaf 8.4). In paragraaf 8.5 toets ik of deze doorwerking tevens is terug te zien in de lagere rechtspraak en, zo ja, op welke wijze deze doorwerking geschiedt en welk effect hierbij optreedt. Zoals ik reeds in de inleiding van dit proefschrift heb geschreven,1 is de rechtspraakanalyse niet aangewend om de op basis van juridisch-dogmatisch onderzoek geformuleerde theorie te bewijzen of te falsificeren. Ook fungeren de resultaten niet als bron van de geformuleerde theorie. Het doel is de beschrijving van de doorwerking van de hoedanigheid van ondernemer in de feitenrechtspraak en de signalering van eventuele leemtes. Ik kom tot een conclusie in paragraaf 8.6.