Voor risico van de ondernemer
Einde inhoudsopgave
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.6:8.6 Conclusie
Voor risico van de ondernemer (O&R nr. 142) 2023/8.6
8.6 Conclusie
Documentgegevens:
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden, datum 01-06-2023
- Datum
01-06-2023
- Auteur
mr. T.E. de Wijkerslooth-van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS713136:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk stond de vraag centraal wat de betekenis is van de hoedanigheid van (gespecificeerde) ondernemer voor het onrechtmatigheids- en toerekenbaarheidscriterium. Ten eerste is onderzocht welke ruimte de rechter heeft om de hoedanigheid van gespecificeerde ondernemer mee te wegen bij de beoordeling en interpretatie van de vereisten ‘onrechtmatigheid’ en ‘toerekenbaarheid’. De conclusie is dat er meerdere routes zijn om de hoedanigheid van ondernemer mee te wegen. De specifieke kenmerken van de ondernemer (zoals diens bedrijfstak, specialisatie, financiële draagkracht, de gevaarlijke aard van zijn ondernemingsactiviteiten, het nut van de ondernemingsactiviteiten, zijn machtspositie en invloed, en de organisatiestructuur van zijn onderneming) zijn niet allemaal relevant voor elk van de in hoofdstuk 6 gesignaleerde routes. Ten tweede onderzocht ik wat het effect is van een eventuele doorwerking. De conclusie is dat de hoedanigheid van ondernemer kan leiden tot een hoger kennisniveau, een groter risico, de verplichting om meer zorg in acht te nemen, een aangescherpt schuldbegrip of een snellere toerekening krachtens verkeersopvatting. Dit kan leiden tot een verlaging van de aansprakelijkheidsdrempel. Deze verlaging doet zich uiteraard niet in alle gevallen voor waarin de laedens een ondernemer is. De inkleuring van het onrechtmatigheids- en toerekenbaarheidsvereiste blijft een afweging van alle omstandigheden van het geval, waarvan de hoedanigheid van ondernemer er een is. Ten derde onderzocht ik wat de rechtvaardiging is van een gevonden effect. De rechtvaardiging voor de verlaging van de aansprakelijkheidsdrempel is gelegen in het ondernemersrisicobeginsel. Het ondernemersrisicobeginsel is een samenstel van: gevaarzettingsbeginsel, profijtbeginsel, risicospreidingsgedachte, risicobeheersingsgedachte, draagkrachtbeginsel, eenheid van onderneming en slachtofferbescherming.
Tot slot werd de vraag opgeworpen of de hier gepresenteerde theorie terug te zien is in de lagere rechtspraak. Ik concludeer dat de lagere rechter maar in een klein aantal gevallen de hoedanigheid van ondernemer expliciet meeneemt in zijn motivering. De reden hiervoor is moeilijk te achterhalen. In de gevallen dat de rechter wel stilstaat bij de hoedanigheid van ondernemer, betrekt hij deze omstandigheid als argument voor een hoog kennisniveau of als wegingsfactor in de beoordeling. Verder werkt de hoedanigheid van ondernemer indirect door via analoge toepassing van wetgeving of private regelgeving.