Einde inhoudsopgave
Fiscale geheimhoudingsplicht: art. 67 AWR ontrafeld (FM nr. 168) 2021/3.2.0
3.2.0 Inleiding
Dr. B.M. van der Sar, datum 05-05-2021
- Datum
05-05-2021
- Auteur
Dr. B.M. van der Sar
- JCDI
JCDI:ADS285476:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Invordering / Inlichtingenverplichting
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie uitgebreider: Hoofdstuk 2, par. 3. Vergelijk: Wilberdink 1984, blz. 12-13 over het onderscheid tussen de geheimzinnigheid over vermogen en inkomen.
Vide: HR (civiele kamer) 14 mei 1964, ECLI:NL:HR:1964:15, NJ 1964/430.
MvT, Kamerstukken II 2005/06, 30 322, nr. 3, blz. 12. In de toelichting op het besluit Staatssecretaris van Financiën van 13 december 2007 (wijziging Uitv. Reg. AWR 1994 in verband met de invoering van art. 43c Uitv. Reg. AWR 1994), Stcrt. 2007, 248 werd exact dezelfde tekst opgenomen. Vergelijk: Handelingen II 1986/87, blz. 2845 en brief Staatssecretaris van Financiën van 12 maart 2001, Kamerstukken II 2000/01, 27 400 IXB, nr. 27, V-N 2001/18.9, blz. 1.
Bij de invoering van de Wet VB 1892 is aangegeven dat het een feit van algemene bekendheid was dat van oudsher bij het publiek een grote weerstand bestond tegen openbaarmaking van vermogens. Om de nieuwe belasting niet impopulair te maken en de prikkel om een onjuiste aangifte te doen weg te nemen stond tegenover de verplichting om volledige openheid van zaken te geven een strikte geheimhouding. Bij de Wet op de BB 1893 werd hierop voortgeborduurd. In latere belastingwetten wordt de geheimhoudingsverplichting, of juist het ontbreken daarvan, veelal niet specifiek gemotiveerd.1 De geheimhoudingsbepaling in de Wet VB 1892 was weliswaar door de wetgever ingegeven vanuit het belang van de belastingplichtige, maar beoogde ook de belangen van de Belastingdienst te beschermen.2 Bij de herziening van de geheimhoudingsbepaling in 2008 is de geheimhoudingsverplichting van art. 67, eerste lid, AWR als volgt toegelicht:3
Gelet op de ruime wettelijke bevoegdheden die de Belastingdienst heeft om, soms privacy-gevoelige, informatie over belastingplichtigen te verzamelen, is de betekenis van de geheimhoudingsplicht groot. Naast het algemene belang van bescherming van persoonsgegevens gaat het om het belang dat personen niet van het verstrekken van gegevens aan de Belastingdienst moeten worden weerhouden door de vrees dat die gegevens voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor een juiste en doelmatige uitvoering van de belastingwet.