Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.3.6.5:14.3.6.5 Conclusie
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.3.6.5
14.3.6.5 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232950:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie tevens paragraaf 14.3.6.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Mijns inziens zou artikel 2.14a Wet IB 2001 duidelijker en consistenter zijn indien in artikel 2.14a lid 1 Wet IB 2001 wordt opgenomen dat de toerekening uitsluitend gebaseerd is op de verkrijging als erfgenaam, zonder dat legaten en lastbevoordelingen meetellen.1 De derde volzin van artikel 2.14a lid 6 Wet IB 2001 kan dan geschrapt worden, aangezien alle situaties waarin de toerekening beïnvloed wordt door middel van een testament dan een (partiële) onterving inhouden en reeds binnen het bereik van artikel 2.14a lid 4 Wet IB 2001 vallen. Overigens kan verder bijgedragen worden aan de duidelijkheid van de bepaling door in artikel 2.14a lid 4 Wet IB 2001 dan ook expliciet op te nemen dat partiële onterving ook onder deze bepaling valt.
Tot slot merk ik op dat ook deze antimisbruikmaatregel mijns inziens niet van toepassing kan zijn indien een erfgenaam verwerpt. In dat geval wordt het erfgenaamschap en daarmee de toerekening immers niet voorkomen als gevolg van het testament van de erflater, zodat deze situatie niet onder artikel 2.14a lid 6 Wet IB 2001 valt. Indien de wetgever dit als onwenselijk zou ervaren, zou de wettekst aangepast worden. Een wijziging van artikel 2.14a lid 4 Wet IB 2001 in combinatie met de hierboven voorgestelde wijzigingen ligt dan overigens naar mijn mening het meest voor de hand om tot een duidelijk en consistent geheel te komen.