Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.2.2.0:5.2.2.0 Introductie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/5.2.2.0
5.2.2.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS418630:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Graetz 1985, p. 1823.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De door Niessen geopperde gedachte dat bij het vaststellen van de omvang van de schade rekening moet worden gehouden met de vraag of aanpassing aan de nieuwe situatie mogelijk is, is in de Amerikaanse literatuur uitgebreid bediscussieerd. Het gaat er hierbij niet alleen om dat ‘bestaande situaties’ zich proberen aan te passen aan het nieuwe regime. Ook van ‘nieuwe situaties’ – dat zijn belastingplichtigen die ná het voorzienbaar worden van een wetswijziging, doch vóór haar inwerkingtreding beslissingen nemen – wordt verwacht dat bij het nemen van beslissingen rekening wordt gehouden met te verwachten wetswijzigingen. Omdat het niet mogelijk is voor iedere belastingplichtige afzonderlijk te beoordelen wat hij feitelijk heeft verwacht, moet worden gewerkt met een normatieve regel in die zin dat bepalend is wat belastingplichtigen hadden kunnen verwachten.1 Teneinde zo goed mogelijk op een wetswijziging te kunnen anticiperen, zijn belastingplichtigen gedwongen ten aanzien van verschillende aspecten een inschatting te maken, namelijk op het punt van de waarschijnlijkheid, de inhoud en de gevolgen van een wetswijziging (par. 5.2.2.1) en de inhoud van het overgangsrecht (par. 5.2.2.2). Het maken van een juiste inschatting wordt evenwel door verschillende factoren bemoeilijkt (par. 5.2.2.3). Indien belastingplichtigen een juiste inschatting maken, is het voorts afhankelijk van hun risicoprofiel in hoeverre zij op de toekomstige wetswijziging zullen anticiperen (par. 5.2.2.4).