Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/2.2.6.0
2.2.6.0 Introductie
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976978:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. S. Schama, Patriotten en bevrijders; revolutie in de Noordelijke Nederlanden 1780-1813, Amsterdam: Agon 1989 en J. Noordman, ‘Onderwijsdemokratisering in de Patriottentijd. Vatebenders plan voor een radikale vernieuwing van het Nederlandse onderwijs’, Comenius 1981, p. 521-534.
Afkondiging op 1 mei 1798 van de Staatsregeling, Uitv. Bewind 1798; S. Schama, Patriots and liberators. Revolution in the Netherlands 1780-1813, New York: 1977, F. Grijzenhout e.a., Het Bataafs experiment. Politiek en cultuur rond 1800, Nijmegen: Vantilt 2013, p. 22, Lokin & Zwalve 2014, p. 391-395, Aarts 1931, p. 33 en J. de Jong 2018.
J. Groen, ’Scharnierpunt van het onderwijsbestel’, in: D.P. van den Bosch (red.) 2014, p. 45, R. Aerts, ’Een staat in verbouwing 1780-1848’, in: Aerts e.a. (red.) 2013.
Boekholt, Het ongeregelde verleden. Over eenheid en verscheidenheid van het Nederlandse onderwijs, Assen: Van Gorcum 1998, Knippenberg & De Pater 1988 en De Winter 1995, p. 120.
J.A. Bornewasser, ´Thorbecke en de kerken´, in: Bijdragen en mededelingen tot de geschiedenis der Nederlanden,1972/87, 3, p. 375 e.v.; Van den Ende 1803, Vrij 1935, p. 7-11 en G. van Veen 1937, p. 6, 28-30.
Twee wijzigingen ten opzichte van de LO-wet 1806: 1. ‘Christelijk’ voorop en 2. ‘maatschappelijke’ met kleine letter.
Knippenberg 1986, p. 231, J.M.G. Leune, ’Onderwijs en maatschappelijke verandering’, in: Boekholt e.a. (red.) 2002, p. 35, Aerts 2018, p. 174 en Groenveld 2009.
D. Heater 1990, p. 171.
Aerts 2018, p. 384-385. Voor een nadere oriëntatie: Duynstee 1956, p. 23-27.
In het proces van natievorming ligt in de beginjaren van de Bataafsche Republiek het accent op de staatsvorming.1 Het sluitstuk hiervan vormt de besluitvorming over de eerste Staatsregeling van 1798.2 Bij het onderwijs in de natievorming op de volksschool ligt het accent op het ontwikkelen van een gezamenlijk perspectief op het nieuwe vaderland, de vaderlandse historie en de kern van de publieke moraal. Een van de kernelementen is het cultiveren van burgerschap.3 Door de kwalificatie tot staatsburgers, gericht op het bijbrengen van een vaderlandslievende houding en een gezonde burgerdiscipline ontwikkelen leerlingen zich tot staatsburgers. Deze ontwikkeling moet door de inrichting van een nationaal onderwijsstelsel de natie doordesemen.4 Begin 1800 is in artikel 28 Lager Onderwijswet van 1801/1803 de vorming op de volksschool tot ‘deugdzame Menschen en nuttige Leden der Maatschappij’ vastgelegd.
LO-wetten 1806 en 1857: alle Maatschappelijke en Christelijke deugden
In het Reglement voor het Lager Onderwijs en Schoolwezen, behorende bij de Lager Onderwijswet (LO-wet van 1806), is de klassikale vorming in ‘alle Maatschappelijke en Christelijke deugden’ opgenomen (artikel 22). Het onderricht in de Bijbel is mede hieronder begrepen.5 Uiteindelijk vervangt de LO-wet van 1857 die van 1806. Maar ook in deze wet is het doel gericht op ‘het aan-leeren van gepaste en nuttige kundigheden, dienstbaar gemaakt aan de ontwikkeling van de verstandelijke vermogens der kinderen en aan hunne opleiding tot alle Christelijke en Maatschappelijke deugden’ (artikel 23).6 De staatsburgerlijke vorming staat in dienst van de natievorming, waarbij de verbeten schoolstrijd een politieke splijtzwam vormt.7 Niettemin voltrekt de natievorming zich geleidelijk in de toekenning en bescherming van rechten en plichten van de burgerij.8 Het jaar 1848 is daarin van cruciale betekenis door Thorbeckes Grondwetsherziening. In zijn rechtsdenken zijn sinds 1798 de politieke, burgerlijke en burgerschapsrechten niet meer afgeleid uit het natuurrecht.9 Hij sprak van functionele rechten en niet van grondrechten. Het stemrecht was geen voorwaarde voor het burgerschap; het Nederlanderschap wel.