Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.5.1:2.4.5.1 Laster en lasterlijke aanklacht zijn klachtdelicten
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/2.4.5.1
2.4.5.1 Laster en lasterlijke aanklacht zijn klachtdelicten
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859132:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over het verschil tussen absolute en relatieve klachtdelicten par. 2.3.4.1.
HR 11 januari 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC8448, NJ 1994/278 (Spugende militair), m.nt. Th.W. van Veen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor een veroordeling door de strafrechter is nog van belang dat laster en lasterlijke aanklacht absolute klachtdelicten zijn (art. 269 Sr).1 Dat betekent dat deze delicten alleen vervolgd kunnen worden als de erflater (tijdig) een klacht indient. Laat de erflater dit na en kan het bestaan van een klacht ook niet alsnog worden aangenomen op het onderzoek ter terechtzitting, omdat daar komt vast te staan dat de klager ten tijde van het opmaken van de aangifte de bedoeling had dat vervolging zou worden ingesteld,2 dan is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in zijn vervolging. Een veroordeling is dan niet mogelijk met als gevolg dat onwaardigheid met als fundament een strafrechtelijke uitspraak, achterwege blijft. Het kan zijn dat de erflater het strafrecht een te zwaar middel vindt en de vordering civiel insteekt. Op die grond kan dan alsnog onwaardigheid worden bereikt. In beide gevallen is het dus afhankelijk van de erflater of onwaardigheid intreedt.