Regres bij concernfinanciering
Einde inhoudsopgave
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/5.4.8:5.4.8 Beroep op de redelijkheid en billijkheid
Regres bij concernfinanciering (VDHI nr. 156) 2019/5.4.8
5.4.8 Beroep op de redelijkheid en billijkheid
Documentgegevens:
mr. drs. C.H.A. van Oostrum, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. C.H.A. van Oostrum
- JCDI
JCDI:ADS586181:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Europees ondernemingsrecht
Verbintenissenrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Oostwouder 1996, p. 367.
§ 3.3.2.1.4.2.
Oostwouder 1996, p. 343-351.
HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145, NJ 2013/461 (KLM).
HR 29 september 2006, LJN AY5697, NJ 2006/639 (The Mill Resort).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Partijafspraken moeten niet leiden tot gevolgen die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.1 In de literatuur is de vraag gesteld of het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is als een vennootschap die failleert zich onbeperkt verhaalt op de renderende vennootschappen van het concern en zich niet richt op de continuïteit van de renderende ondernemingen.2 Aanvaarding van dit betoog lijkt mij niet voor de hand liggend gezien de mogelijke belangen van derden bij de faillerende vennootschappen.
Ook is de vraag gesteld of het gewraakte besluit tot het aangaan van hoofdelijke aansprakelijkheid kan worden vernietigd in de zin van art. 2:15 lid 1 sub b BW. Dit zou kunnen als gevolg van een tegenstijdig belangsituatie3, hoewel de kans klein lijkt dat een dergelijk beroep succesvol is. Situaties die onder art. 2:8 jo art. 2:15 lid 1 sub b BW vallen lijken eveneens weinig houvast te bieden voor een geslaagde actie tot het vernietigen van de hoofdelijkheidsverklaring.4 Art. 2:8 gaat namelijk over de redelijkheid en billijkheid bij de interne verhoudingen van de rechtspersoon. Het toetscriterium is of het betreffende orgaan, in dit geval het bestuur van de tot de zekerheidsovereenkomst toetredende vennootschap, in redelijkheid en naar billijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen, in het licht van alle bij het besluit betrokken belangen van partijen. Zowel uit de wettelijke norm als uit de rechtspraak5 volgt dat de rechter terughoudend moet zijn bij het beoordelen of een orgaan van een rechtspersoon alle relevante belangen naar redelijkheid en billijkheid in overweging heeft genomen en hierbij de vereiste zorgvuldigheid heeft betracht. Opgemerkt wordt dat naar mate de verstrengeling of de verwevenheid van belangen groter is, een zich daartoe verhoudende hogere mate van zorgvuldigheid bij het nemen van besluiten is benodigd.6 Gezien de ruime afwegingsvrijheid die het bestuur heeft, zal alleen in extreme situaties een beroep op de redelijkheid en billijkheid slagen.