Einde inhoudsopgave
Een Nederlandse personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid (IVOR nr. 81) 2011/3.8.2
3.8.2 Minimumkapitaalregels
mr.drs. I.S. Wuisman, datum 13-01-2011
- Datum
13-01-2011
- Auteur
mr.drs. I.S. Wuisman
- JCDI
JCDI:ADS399118:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Lennarts, M.L. en J.N. Schutte-Veenstra (2004), 'Versoepeling van het BV-kapitaalbeschermingsrecht', Instituut voor Ondernemingsrecht Groningen, blz. 9.
Zie: Asser-Maeijer, 2-111, nrs. 91-102.
Vgl: Schutte-Veenstra, J.N. et al. (2005), 'Altemative Systems for Capital Protection', Institute for Company Law, Deventer: Kluwer, blz. 3.
Lennarts, M.L en J.N. Schutte-Veenstra (2004), supra noot 129, blz. 9.
Beckman, H. (2004), `Minimumkapitaal, aansprakelijkheid en publiciteit: wat moet de crediteur hiermee?' Ondernemingsrecht 2004/1-2, blz. 22-24.
Enriques, L. en J.R. Macey (2001), supra noot 109, blz. 1165-1204.
Lennarts, M.L. (2006a), 'Enige kanttekeningen bij de voorstellen tot wijziging van het kapitaalbeschermingsrecht bij de BV', O&F 2006/72, blz. 32-43 en B. Bier (2007), `Kapitaalbescherming nieuwe stijl', Tijdschrift voor Ondememingsrechtpraktijk 2007/6, blz. 252-257.
Een minimumkapitaalvoorschrift zorgt ervoor dat de vennootschap voor of bij haar oprichting beschikt over een startkapitaal waarmee de werkzaamheden kunnen aanvangen.1 De regels zijn over het algemeen tweeledig. Ten eerste vereisen zij een bepaald bedrag dat moet zijn geïnvesteerd voordat de bedrijfsactiviteiten beginnen. Voor Europese publieke vennootschappen schrijft de Tweede Richtlijn een minimumkapitaal van €25.000 voor. Lidstaten kunnen voor de niet-publieke vennootschappen zelf bepalen of en zo ja, welk minimumkapitaal zij voorschrijven. Ten tweede bevatten de minimumkapitaal-regels voorwaarden over de storting op aandelen. Deze kunnen ertoe verplichten dat een bepaald percentage is gestort of ervoor zorgen dat de inbreng op de juiste waarde is geschat.2
Het minimumkapitaal biedt de crediteuren van de vennootschap echter geen enkele garantie dat de vennootschap in kwestie bij haar start over een toereikend kapitaal beschikt.3 Een voor oprichting gestort bedrag kan op het moment van de start van de onderneming al verdwenen zijn.4 Een gestort minimumkapitaal waarborgt derhalve niet de gewenste liquiditeit, solvabiliteit en soliditeit.5 Het is daarnaast betekenisloos omdat het niet gerelateerd is aan de schulden die de vennootschap zal aangaan of het soort activiteiten die deze vennootschap zal gaan uitvoeren.6 De waarborgfunctie van het minimumkapitaalvereiste kan op een andere en zelfs effectievere wijze worden verkregen. Ondernemers kunnen om enig verhaalbaar vermogen te waarborgen als signaal naar kredietverstrekkers en crediteuren persoonlijke garanties afgeven. Ook het afsluiten van een verzekering kan een beter middel dan het minimumkapitaal-vereiste zijn. Mogelijk opportunistisch gedrag zal de premie van een verzekering verhogen en aandeelhouders zullen dit proberen te voorkomen. Over de voorwaarden ten aanzien van de stortingplicht lopen de meningen nogal uiteen. Bepalingen over de waarde van de inbreng en de verplichting dat deze correspondeert met de stortingsplicht, bijvoorbeeld bij een inbreng in natura, zijn wel van belang maar beschermen eerder de andere aandeelhouders dan de schuldeisers .7