De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.4.1.1:3.4.1.1 Drie niet geheel bevredigende oplossingen en een eigen oplossing
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/3.4.1.1
3.4.1.1 Drie niet geheel bevredigende oplossingen en een eigen oplossing
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232334:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De krachtens uiterste wilsbeschikking opgerichte stichting kan, bij strikte interpretatie van artikel 4:56 BW, geen voordeel trekken uit makingen opgenomen in dezelfde uiterste wil als waarin ook de ongeldige uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting is opgenomen. Dit kan niet de bedoeling zijn en sluit dan ook niet aan bij de redenen voor het verplicht stellen van de notariële uiterste wilsbeschikking als vorm voor de oprichting van een stichting bij dode, zo zal blijken uit 3.6.2.2. In de literatuur zijn meerdere oplossingen aangedragen om te bereiken dat de krachtens de conversielast uit artikel 4:135 lid 2 BW opgerichte stichting het aan haar vermaakte verkrijgt, ondanks dat zij niet voldoet aan de bestaanseis. Hierna zal ik op deze oplossingen ingaan, waarbij ik aan zal geven waarom ik van mening ben dat deze oplossingen niet echt bevredigend zijn. Ook kom ik met een oplossing waarvoor de door mij geconstateerde bezwaren tegen de besproken oplossingen niet gelden.