Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes
Einde inhoudsopgave
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/11.7.2:11.7.2 Beoordeling
Kiesrecht, verkiezingen en verkiezingscampagnes (SteR nr. 63) 2024/11.7.2
11.7.2 Beoordeling
Documentgegevens:
mr. L.S.A. Trapman, datum 19-02-2024
- Datum
19-02-2024
- Auteur
mr. L.S.A. Trapman
- JCDI
JCDI:ADS947867:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Par. 11.5.1.
Overwegingen 80-83 DSA.
De DSA heeft het bijvoorbeeld ook over de verspreiding van materiaal over seksueel misbruik van kinderen, gevaarlijke en namaakproducten en illegaal verhandelde dieren (overweging 80) en negatieve effecten van de werking van zeer grote onlineplatforms op de bescherming van de volksgezondheid of gendergerelateerd geweld (overweging 83).
Overweging 95 DSA.
ST-17037/23, art. 13 lid 1 sub a.
Zie daarover reeds de vorige paragraaf.
Leerssen e.a. 2019, p. 9.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Geschiktheid van het register
De concrete effecten van microtargeting op het vrije en eerlijke verkiezingsverloop laten zich lastig onderzoeken. De grootste nadelen die aan microtargeting zijn verbonden, volgen echter uit de aard van de techniek. Het centrale bezwaar tegen microtargeting is immers dat niet alle kiezers over dezelfde informatie beschikken. De vrije meningsvorming van de kiezer vereist een publiek debat en vrije circulatie van politieke informatie. 1Om dit publieke debat mogelijk te maken, moeten alle kiezers toegang hebben tot dezelfde informatie. Slechts dan kunnen zij een gedegen afweging maken en een vrije, geïnformeerde keuze maken. De oprichting van een advertentieregister zorgt daarvoor, door te waarborgen dat alle advertenties die politieke adverteerders (en politieke partijen in het bijzonder) verspreiden, voor alle kiezers toegankelijk zijn. Het bestaan van een dergelijk register stelt kiezers, andere politieke partijen, onderzoekers en de pers in staat om de verschillende advertenties te vergelijken en claims van de partijen te controleren en waar nodig te betwisten. Het register herstelt daarmee het publieke karakter van het verkiezingsdebat, dat door microtargeting wordt ondermijnd. Ook het gelijke speelveld tussen kandidaten is daarbij gebaat. Het advertentieregister garandeert immers de zichtbaarheid van partijen die niet de middelen hebben om zich op grote schaal van microtargeting te bedienen, en die bij gebrek aan een dergelijk register minder kans maken in de strijd om de kiezersgunst. Een advertentieregister is dan ook het aangewezen middel om de centrale bezwaren tegen microtargeting weg te nemen.
Hanteerbaarheid van het register
Het Europees register voor politieke reclameboodschappen zal daarbij een belangrijke toegevoegde waarde kunnen hebben ten opzichte van de advertentieregisters die zeer grote online platforms op grond van artikel 39 DSA in het leven moeten roepen. Deze laatste verplichting heeft immers betrekking op alle advertenties die deze platforms verspreiden. Een focus op het ‘politieke’ karakter van boodschappen ontbreekt. Het ontbreken van die focus is verklaarbaar in het licht van het doel van de DSA, die specifieke verplichtingen voor de zeer grote online platforms in het leven roept vanwege de ‘systeemrisico’s’ die zij met zich brengen. Het kan daarbij gaan om de verspreiding van illegale inhoud, de impact op de uitoefening van grondrechten, de opzettelijke manipulatie van de dienst en de negatieve effecten op de volksgezondheid. 2Deze systeemrisico’s kunnen consequenties hebben voor het maatschappelijk debat en de politieke participatie en het verkiezingsproces beïnvloeden, maar dat hoeft niet. 3Advertentieregisters moeten toezicht op en onderzoek naar de verspreiding van onlinereclames vergemakkelijken en zo helpen om de systeemrisico’s te ondervangen. 4Deze registers zijn daarom minder geschikt om de specifiek tegen microtargeting gerichte bezwaren te adresseren. Politieke advertenties kunnen ondergesneeuwd raken door alle andere advertenties die ook in het register zijn opgenomen. Daar komt bij dat de DSA zich richt tot individuele platforms, die allemaal een eigen register in het leven moeten roepen, hetgeen een versnipperd stelsel oplevert. De verplichting geldt bovendien niet voor alle platforms, maar slechts voor die platforms met meer dan 45 miljoen gebruikers. Advertenties die via kleinere platforms worden verspreid, blijven dus buiten beeld.
Met het centrale advertentieregister dat het voorstel voor de Transparantieverordening beoogt, wordt zulke vergaande versnippering voorkomen. Wel blijft ook hier de vraag in hoeverre het register de Nederlandse kiezer behulpzaam zal kunnen zijn, omdat alle politieke advertenties die in alle Europese lidstaten worden gepubliceerd, erin moeten worden opgenomen. Het zal gaan om gigantische hoeveelheden informatie, waarvan niet gezegd is dat de kiezer daar zonder meer goed mee uit de voeten kan. Daar komt bij dat waarschijnlijk weinig kiezers in de aanloop naar de verkiezingen zelf in het register zullen gaan grasduinen. Het zullen anderen – onderzoekers, journalisten – zijn die uit de veelheid aan informatie de relevante gegevens moeten destilleren en zo de campagne kunnen duiden. Het register moet daarop toegerust zijn. Om van duidelijke waarde te zijn, zal het register de mogelijkheid moeten bieden om op eenvoudige wijze te achterhalen welke politieke advertenties er in Nederland zijn verspreid. De praktijk zal dat moeten uitwijzen. Het voorstel bepaalt daaromtrent slechts dat het register ‘kan worden doorzocht op basis van zoekopdrachten met meerdere criteria en (…) openbaar toegankelijk [is] via een enkel portaal’. 5
Ook moet het eerdergenoemde afbakeningsprobleem hier in herinnering geroepen worden. 6Van een aantal soorten advertenties, bijvoorbeeld de boodschappen die in aanloop naar de verkiezingen door politieke partijen worden verspreid, staat buiten kijf dat zij zijn aan te merken als ‘politieke reclame’ in de zin van de verordening. Het is duidelijk dat deze advertenties in het register opgenomen moeten worden. In andere gevallen kan het echter lastig zijn om te bepalen of een verspreide boodschap de bedoeling heeft om van invloed te zijn op het verkiezingsproces. Dit vergt een beoordeling van de platforms die daarbij, gelet op het enorme aantal advertenties dat zij plaatsen, fouten zullen maken. Zo is uit onderzoek gebleken dat de platforms die al op vrijwillige basis advertentiebibliotheken in het leven hebben geroepen, advertenties zonder politiek karakter toch als politiek aanmerkten, en vice versa. 7De kans bestaat dus dat het Europese advertentieregister een incompleet beeld geeft van de politieke advertenties die zijn verspreid.
Dit afbakeningsprobleem bemoeilijkt zoals gezegd ook het toezicht op de naleving van de verordening. Adequaat toezicht op de naleving van de verplichtingen met betrekking tot de advertentiebibliotheek kan in de praktijk lastig blijken. De toezichthouder zal moeten beoordelen of een bepaalde advertentie ten onrechte niet in het register is opgenomen, waarbij hij een oordeel zal moeten vellen over het politieke karakter van een bepaalde advertentie. Daar komt bij dat niet-naleving zich lastig laat vaststellen, juist vanwege het feit dat de advertenties onder de radar blijven.