Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.2.6
4.2.6 Verantwoordelijkheid van een internationale organisatie
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw
- JCDI
JCDI:ADS375123:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Resolutie 66/100 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (8 december 2011), Responsibility of international organisations, UN Doc A/Res/66/100.
Möldner 2012, p. 323.
Zie bijv. de aanbeveling van de Europese Ombudsman aan Frontex om te voorzien in een klachtmechanisme vanwege de mensenrechtelijke implicaties van Frontex operaties: European Ombudsman 5 juli 2018, Recommendation in Case OI/5/2012/BEH-MHZ en 12 november 2013, Decision in Case OI/5/2012/BEH-MHZ.
Tamlon 2005, p. 405 e.v.
Zie ook Garcia Andrade 2019 (forthcoming), par. 3.
Volgens art. 57 van de ASR laten de regels voor staatsverantwoordelijkheid de verantwoordelijkheid van internationale organisaties onverlet. In december 2011 nam de Algemene Vergadering kennis van de ILC- artikelen over de verantwoordelijkheid van internationale organisaties (Aansprakelijkheid van Internationale Organisaties, afgekort tot ARIO).1 Net als de ASR zijn ook de ARIO niet vrij van controverse, omdat ze lang niet door iedereen worden gezien als volmaakte codificatie van bestaand gewoonterecht ter zake. Gelet op de brede definitie van een internationale organisatie (vastgesteld bij verdrag, internationale rechtspersoonlijkheid), valt de EU zonder meer binnen de reikwijdte van de ARIO. De criteria voor verantwoordelijkheid voor wrongful acts zijn grotendeels gelijk aan die voor staatsverantwoordelijkheid, om fragmentatie in het internationale recht en het ontlopen van verantwoordelijkheid te voorkomen. Nu internationale organisaties op het mondiale niveau veel macht kunnen uitoefenen vanwege de bevoegdheden die hun lidstaten aan hen hebben overgedragen, is het logisch om hen op dezelfde wijze als staten verantwoordelijk te kunnen houden voor hun gedrag.2 Op grond van art. 7 van de ARIO zijn handelingen van haar organen of agentschappen toerekenbaar aan de organisatie, onafhankelijk van de positie die zij innemen binnen de organisatie. Dat geldt ook voor organen of agentschappen (van een staat of andere internationale organisatie) die onder effectieve controle staan van een internationale organisatie. Dit is met name van belang voor de EU-agentschappen Frontex en EASO, omdat zij in hun uitvoeringspraktijk de mensenrechten kunnen schenden door bijvoorbeeld hun betrokkenheid bij push back operaties.3 Handelingen of ommissies kunnen worden toegerekend aan een staat of internationale organisatie als er sprake is van een institutionele relatie, ook als het orgaan zijn bevoegdheden heeft overschreden, of van een feitelijke link vanwege effectieve controle over het orgaan dat zich schuldig maakt aan de handeling of omissie.
Een van de kritiekpunten op de ARIO is dat er geen verschil wordt gemaakt in het type internationale organisatie. Daarbij wordt vaak gewezen op de problemen die kunnen ontstaan als handelingen en wetgeving van de EU worden geïmplementeerd door de lidstaten.4 Is deze implementatie dan toe te schrijven aan de EU zelf of aan de lidstaat in kwestie? Om een dergelijke algemene toerekening te voorkomen, biedt art. 64 van de ARIO de mogelijkheid voor speciale regels die de internationale organisaties opstelt over de relatie tussen de organisatie en zijn lidstaten. Deze lex specialis biedt ruimte voor een grote differentiatie ten aanzien van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van internationale organisaties. Een ander vraagstuk betreft de gemengde overeenkomsten tussen de EU en de lidstaten met derde landen. In haar commentaar op art. 48 van de ARIO stelt de ILC hierover dat een gezamenlijke verantwoordelijkheid moet worden aangenomen van de EU en de lidstaten als het verdrag niet voorziet in een specifieke verantwoordelijkheidsverdeling. Dit uitgangspunt is relevant voor ons thema, nu veel internationale overeenkomsten die worden gesloten in het kader van migratiesamenwerking een gemengd karakter hebben.5