Einde inhoudsopgave
Burgerschap op orde (SteR nr. 66) 2024/9.7.3.1
9.7.3.1 Gemeenschapsvorming: Putnam: Bowling Alone
Th.E.M. Wijte, datum 08-01-2024
- Datum
08-01-2024
- Auteur
Th.E.M. Wijte
- JCDI
JCDI:ADS976967:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Staatsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Putnam, Making Democratic Work. Civic Traditions in Modern Italy, 1993 en Bowling Alone. America's Declining of Social Capital, 1995. Voor toeleiding tot burgerschap: E. Tonkens, ’Integratie moet wel gaan over Nederlandse cultuur’, Sociale Vraagstukken, 18 augustus 2011 en M. Hurenkamp, ’Burgerschap moet schoolvak worden’, Sociale Vraagstukken, 23 oktober 2023.
Putnam, Better together, 2004, zie ook: E. Tonkens & M. Hurenkamp, ’We moeten het over het gezag van burgers hebben’, Sociale vraagstukken, aug. 2023.
G. Groot, ´Inderdaad: fatsoen moet je doen´, NRC Handelsblad 12 december 2007.
Vgl. Felling 1974 en 2004.
Vgl. E. Cohen de Lara, ´De civil society als oefenplaats voor democratisch burgerschap’, in: Dijkman e.a. 2014, p. 91-97.
Putnam, The Upswing, How came Together a Century Ago and How we Can Do it Again, 2020.
Zie ook: WRR 2006.
Vgl. J. Wienen, ‘Laat groepen aansluiting vinden bij onze gemeenschap’, CDV Winter 2017, p. 94-95.
Putnam, Our Kids. The American Dream in Crisis, 2016.
M. Hurenkamp, Met opgeheven hoofd - Sociaal burgerschap aan het begin van de 21e eeuw, Amsterdam: Vangennep 2017.
J. Duyvendak & M. Hurenkamp, Kiezen voor de kudde. Lichte gemeenschappen en de nieuwe meerderheid, Amsterdam: Vangennep 2004 en M. Hurenkamp, ’De zware plicht van de lichte gemeenschap’, Tijdschrift actuele filosofie. Krisis. 2008, issue 1, p. 1-13.
Veugelers & Schuitema 2009, p. 8-9, Veugelers & Leenders 2004, 4, p. 361-375 en Veugelers 2019, p. 27.
S. Valkenberg, ’Democratie is niet volmaakt. Nou én?’, Trouw 22 november 2012.
D. Boomsma, ’Waarom patriottisme belangrijk is’, CDV Winter 2017, p. 117.
Zie: A. Gescinska, ’Niet alleen snoeien, maar ook betrokkenheid kweken’, Trouw 22 november 2012.
Bonding en bridging social capital
De neoliberale visie op de gemeenschapszin plaatst de persoonsvorming (individualiteit in ontplooiing) boven de bevordering van de gemeenschapsopbouw, en staat daardoor op afstand van het door mij voorgestane sociaal pedagogisch vormingsideaal, hetgeen immers de sociale opvoeding vooropstelt tot een verbindend democratisch burger, in de vorm van Putnams bonding, bridging en linking social capital in de ontwikkeling van citizenship.1 De neoliberalen zien de burgerschapsopvoeding als zinvol voor een gemeenschap die opgebouwd wordt. De civil society is daarbij slechts een nuttige organisatie vorm. Zij articuleren de opvoeding tot een autonoom burger als het primaire doel. De functie hiervan is de opbouw van de samenleving en de prioritering van de zelfredzaamheid boven het collectieve verbindend burgerschap.
Linking social capital:participerend democratisch burger
Door de gemeenschapsvorming na te streven, door middel van bonding (groepsingroei), bridging (groepsnetwerking) en linking social capital (participatie in de samenleving), vervlechten zich persoonlijke en gemeenschappelijke verbondenheid, waarin de opvoeding en vorming tot een participerend democratisch burger goed kunnen gedijen. Bij toenemende diverse etniciteit neemt de sociale samenhang af, evenals bij accentuering van de individualiteit ten opzichte van de socialiteit.2 Het zich fatsoenlijk gedragen geldt immers voor iedere burger als een basishouding.3 Het accent op de gemeenschapsvorming pleit voor een vitalisering van het maatschappelijk middenveld met de lokale, provinciale en nationale netwerken4 en dus niet voor een verzwakking van de historisch gegroeide middenveldverbanden.5
De noodzakelijke upswing (bottom-up) van de leef- en werkomstandigheden in de diverse sociale klassen behoeft in Putnams ogen een revitalisering van de middenvelden van verenigingen en instituties die verbinden en waarin de sociale cohesie het sterkst aanwezig kan zijn door de doorbreking van het individu-gemeenschap-individu-syndroom (individu kan niet zonder gemeenschap en gemeenschap moet geschraagd worden door (groeps)individuen.6
Het debat over de culturele, levensbeschouwelijke en politieke waarden van de verschillende etnische groepen vormt een permanent discours in het bevorderen van de sociale cohesie en de bridging en linking social capital.7 Putnams theorieën over de bonding, bridging en linking social capital kan de groepsvorming en de etnische, religieuze en culturele groepsverhoudingen verbeteren.8 In 2016 ging Putnam verder in op zijn stellingen over de bevordering van de sociale cohesie in de plurale samenleving. De positie van kinderen in de sociale lagen en hun kansengelijkheid worden geanalyseerd en van adviezen voorzien.9
Doorwerking van Putnams theorieën
De groepsvormende benadering van Putnam (en Marshall) is door Hurenkamp in Met opgeheven hoofd - Sociaal burgerschap aan het begin van de 21e eeuw tot uitgangspunt genomen voor de analyse van het burgerschap met sociale rechten als basis van de naoorlogse verzorgingsstaat.10 Duyvendak & Hurenkamp hebben de lichte gemeenschapsrelaties geanalyseerd en beschreven in Kiezen voor de kudde als basis van de gemeenschapsopbouw na de ontzuiling in de vorige eeuw.11 Het accent van de verzuiling is verschoven naar lichte relaties en groepsvorming van wisselende aard als Putnams bowlen als groep tot bowlen met als tot een groep(je) behorende eenlingen.
Het verbindend democratisch burgerschap krijgt in Putnams benadering impulsen in een concept dat vooral op sociale cohesie steunt in tegenstelling tot wat bleek uit recenter onderzoek een opvallende voorkeur van middelbare scholieren laat zien voor het aanpassingsgericht (adaptation, discipline) en het individualiserend-calculerend (autonomy, weak social orientation) burgerschap boven het kritisch-democratisch (autonomy, social concern) burgerschap.12 De uitoefening van dit laatste burgerschap vergt een permanente reflectie op de betekenis van de democratie en ieders plaats daarin.13 De ideaaltypische verbindend burger bezit een democratische mentaliteit die zich uit in empathische (ver) houdingen, zoals deze gevormd zijn door de internalisatie van de basiswaarden en -normen. Dit veronderstelt kennis van de sociale, culturele en politieke (sub)groep en gemeenschap14, waartoe men behoort of zich rekent en waarvoor men (gezamenlijk) verantwoordelijkheid wil dragen.15